Aanwezig zijn
U kunt er zijn voor uw naaste. Uw aanwezigheid kan een gevoel van vertrouwen en veiligheid geven. Soms kan het geruststellend zijn als u uw hand op de hand van uw naaste legt terwijl u in gesprek bent. Aanwezig zijn noemen wij ook wel rooming-in. Dit kan zowel overdag als ’s nachts. De verpleegkundige van de afdeling zal met u bespreken of rooming-in mogelijk en wenselijk is. Voelt u zich alstublieft vrij om hierin ook uw eigen wensen en grenzen te benoemen.
Rust en regelmaat
Bezoek kan vermoeiend zijn voor uw naaste. Het helpt om activiteiten en rust te kunnen afwisselen. Ga bij uw naaste zitten, op ooghoogte. Spreek rustig en in korte zinnen. Stel eenvoudige vragen, zonder uw naaste te ‘testen’. Kom met maximaal 2 bezoekers tegelijk. Ga samen aan dezelfde kant van het bed zitten. Er hoeft niet de hele tijd gepraat te worden. Ook de aanwezigheid van bekende spullen kan helpen. Denk hierbij aan foto’s, een eigen klokje of kussen. Neem iets mee wat uw naaste graag doet, bijvoorbeeld een (puzzel)boek, een kleine radio, tablet of handwerk. Het dragen van de normale kleding en schoenen voor overdag, tegenover de slaapkleding voor de nacht, kan helpen bij het dag/nachtritme. U kunt ook helpen bij de oriëntatie door uw naaste te vertellen wie u bent, of wie de zorgverleners zijn, waar uw naaste is en welke dag het is.
Basisbehoeften
Misschien kunt u uw naaste helpen met eten en drinken. Of helpen met de toiletgang. Het is belangrijk dat uw naaste goed kan zien en horen. Het dragen van een bril en gehoorapparaten (met werkende batterij!) kunnen hierin ondersteunend zijn.
Hallucinaties en bewegingsonrust
Het kan zijn dat uw naaste dingen hoort of ziet die er niet zijn (hallucinaties). Probeer hierin uw naaste niet tegen te spreken, maar ga er ook niet in mee. U kunt zeggen wat u ziet. U kunt wel praten over de gevoelens die de hallucinaties bij uw naaste oproepen, zoals angst of onrust. Hallucinaties kunnen erg angstig zijn. Probeer uw naaste gerust te stellen door over echte personen en gebeurtenissen te praten.
Uw naaste kan ook onrustig zijn. Hij/zij wil misschien steeds opstaan en lopen. Of hij/zij zit aan de infuusslang, sonde of katheter. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren. Bespreek met de afdelingsverpleegkundige of uw naaste veilig kan lopen. Misschien kunnen jullie samen een stukje lopen. Of misschien is het mogelijk om uw naaste met de rolstoel even mee naar beneden/buiten te nemen. U kunt ook proberen uw naaste af te leiden met een gesprek, of door samen naar foto’s te kijken of een spelletje te doen