Voordat u begint met zelfkatheteriseren probeert u eerst normaal te plassen. Daarna volgt u de stappen zoals hieronder beschreven.
Voorbereiding
Voorbereiding
- Zorg dat u een washandje met water binnen handbereik heeft.
- Maak de katheter klaar voor gebruik en leg deze binnen handbereik
- Was uw handen goed met water en zeep (vergeet uw duim niet!)
Als u nog spontaan kunt en mag plassen, probeert u eerst op de gewone manier te plassen.
De goede houding
Katheteriseren kan in verschillende houdingen. Probeer uit welke houding voor u mogelijk en prettig is. Dit kan zijn:
- In bed:

- Op het (invalide)toilet



- In de rolstoel (een houding die mogelijk is).
Volg deze stappen
- Ga in een houding zitten of liggen die voor u prettig is. In bed, op het toilet of in de rolstoel.
- Maak het gebied rondom de plasbuis schoon met een washand met water. Veeg met de washand van voor naar achter (richting uw kont) en niet andersom. Maak eerst de schaamlippen schoon en daarna het gebied rondom de plasbuis.
- Spreid de schaamlippen met de hand die u niet gebruikt om de katheter in te brengen. En trek de schaamlippen iets omhoog (zie de afbeelding hieronder). Tip: gebruik eventueel een spiegel om de opening van de plasbuis te kunnen vinden.

- Pak met de andere hand de katheter vast of pak deze vast bij de inbrenghuls/het inbrengstukje. Eventueel kunt u de katheter dichtknijpen of uw duim op het uiteinde houden, zodat de urine niet meteen wegloopt bij het inbrengen.
- Breng de katheter rustig in de plasbuis. Als de urine begint te lopen zit de katheter in de blaas. Schuif de katheter dan nog een klein stukje verder. Soms voelt u wat weerstand bij het inbrengen. De katheter moet dan voorbij de sluitspier van de blaas. Meestal ontspant de sluitspier al snel en kunt u de katheter verder schuiven. Soms helpt het om even te zuchten of te hoesten.
- Vang de urine op in een maatbeker om te meten hoeveel urine er nog in de blaas achter is gebleven.
- Als het weglopen van de urine stopt, trekt u de katheter een klein stukje terug naar buiten. Meestal komt er dan nog wat urine.
- Als er geen urine meer komt, haalt u de katheter rustig uit de blaas. U kunt eventueel uw duim op het uiteinde houden en de katheter omhoog houden, zodat u lekken voorkomt. De urine die nog in de katheter zit loopt pas weg als u uw duim van de katheter haalt.
- Gooi de katheter bij het afval. De katheters kunt u 1 keer gebruiken.
- Maak alles schoon en was goed uw handen.
Hoe vaak moet u de blaas leegmaken?
Hoe vaak u de blaas moet leegmaken, hangt af van de hoeveelheid urine die in de blaas achterblijft nadat u geplast heeft. Schrijf op hoeveel urine u elke keer heeft opgevangen in de maatbeker.
Hieronder ziet u hoe vaak u de blaas moet leegmaken:
U kunt niet zelf plassen
Als u niet zelf kunt plassen moet u 4 tot 6 keer per dag de blaas leegmaken.
U kunt wel zelf plassen
Wanneer u wel zelf kunt plassen, moet u direct daarna zelf katheteriseren en meet u de achtergebleven hoeveelheid urine (tussen 8-23 uur).
Is de opgevangen hoeveelheid urine:
- meer dan 600 ml, dan moet dit elke 2,5 uur
- meer dan 500 ml, dan moet dit elke 3 uur
- meer dan 400 ml, dan moet dit elke 4 uur
- meer dan 300 ml dan moet dit elke 5 uur
- meer dan 200 ml, dan in de ochtend en voor de nacht
Elke keer dat u meet hoeveel urine er achter is gebleven in de blaas, bepaalt het schema opnieuw hoe vaak u moet katheteriseren.
Bij 2 keer minder dan 200 ml mag u stoppen met zelfkatheteriseren.
Contact
We nemen na een aantal dagen contact met u op om te vragen hoe het met u gaat. U mag altijd eerder contact opnemen als u klachten heeft. Denk bijvoorbeeld aan:
- Klachten die passen bij een blaasontsteking (pijn bij plassen, koorts, pijn in de onderbuik).
- Het zelfkatheteriseren lukt niet.
