Tien tips voor het werken met Zorgdomein ordermodule Diagnostiek


Tip 1: Aanvragen van huisbezoek in ZorgDomein

Bij het aanvragen van een thuisprikorder hoeft u het laboratorium niet meer te bellen. Ook is geen formulier meer nodig. Na het aanvinken van ‘huisbezoek’ krijgt u een keuzescherm voor de datum:

 

Bellen met de trombosedienst is alleen nog noodzakelijk als de patiënt buiten ons reguliere postcodegebied woont, als u een melding krijgt dat de postcode onbekend is, of als er een cito-afname thuis gedaan moet worden.

NB: In deze werkwijze is het belangrijk dat u de datum van afname met de patiënt bespreekt en ook of hij/zij nuchter moet zijn; de patiënt wordt namelijk niet meer gebeld door de trombosedienst. Graag ook met de patiënt controleren of het getoonde adres het goede adres is, want dit is het adres waar de prikster heen komt voor de afname.

In het scherm kunt u de vraag  krijgen of u i.v.m. de logistiek van de thuisprikroutes voor nuchtere afnames standaard een andere dag kiest dan de datum waar ZorgDomein standaard mee komt.

 

Tip 2: Aanvragen van cito-diagnostiek

Wanneer het van belang is dat de uitslagen snel bij u bekend zijn, bijvoorbeeld een Troponine of D-dimeer, kunt u het vakje “CITO” aanvinken onderaan in de order. Met deze medische indicatie kan de patiënt op inloop terecht voor bloedafname en is het niet nodig een afspraak te maken.

Om een uitslag doorgebeld te krijgen, al dan niet afwijkend, graag aanvinken dat u daar behoefte aan heeft. ZorgDomein vult alvast het telefoonnummer in van uw praktijk dat bij hen bekend is. Het laboratorium wil daar graag het nummer van uw overleglijn zien. Wilt u dat niet elke keer hoeven veranderen, dan kunt u uw telefoonnummer dat bij ZorgDomein bekend is laten aanpassen via support@zorgdomein.nl.

Het is afhankelijk van de bloedafnamelocatie hoe snel de uitslagen van citodiagnostiek beschikbaar zijn. Wilt u er zeker van zijn dat u binnen 2 uur de uitslag hebt, stuur uw patiënt dan altijd naar het ziekenhuis in Tiel! De doorlooptijd voor andere locaties is sterk afhankelijk van de transporttijden naar het lab. Over het algemeen geldt dat van patiënten die vóór 12:00 uur geprikt zijn, de eerste uitslagen ten minste aan het einde van de dag gerapporteerd worden.

Tip 3: Invoeren van een kopie-arts in ZorgDomein

Als u een kopie van de uitslagen wilt versturen, is er in ZorgDomein een veld voor de adressering en een veld voor de AGB-code.

De AGB-code van een arts is een getal met 8 cijfers. Indien dit niet bekend is, kunt u de AGB-code vinden op https://www.vektis.nl/agb-register/zoeken

Omdat veel artsen op meerdere plekken werken en ze toch maar één AGB-code hebben, is het wenselijk om behalve de AGB-code ook de naam, werkgever en specialisme van de arts te vermelden.

Zo voorkomt u dat wij een kopie niet kunnen versturen of naar de verkeerde arts versturen.

 

 

Tip 4: Aanvragen van een CRP-sneltest in ZorgDomein

Het aanvragen van een CRP-sneltest kan ook in ZorgDomein. Dit heeft als voordeel dat de uitslag sneller in uw HIS komt.
Indien u de CRP meet binnen uw praktijk, geldt de werkwijze zoals uitgelegd onder kopje 1.
Voor aanvragers binnen ECT (waarbij de CRP-sneltest op het lab staat) geldt werkwijze 2.
In beide gevallen is geen loopbrief noodzakelijk en ontvangt u de uitslag van de test uiterlijk de volgende werkdag in uw HIS.
Registratie van andere POC-metingen (glucose en Hb) vallen nog niet onder deze werkwijze.

1. Aanvragen van een CRP-sneltest die u zelf meet in de praktijk

  • Kies het speciale Point-of-care Zorgproduct Labdiagnostiek POCT op uw praktijk

 

  • Selecteer de betreffende bepaling
  • Verricht de meting
  • Registreer de uitslag in het betreffende veld
  • Registreer de andere gevraagde gegevens
  • Verstuur de aanvraag (‘Digitaal via ZorgDomein’)

 

2. Aanvragen van een CRP-sneltest die het lab voor u meet (ECT)

  • Kies het zorgproduct labdiagnostiek KCL

  • Kies de CRP sneltest

  • Verstuur de aanvraag (‘Digitaal via ZorgDomein’)
  • Verwijs uw patiënt naar het laboratorium voor de meting

Tip 5: Microbiologie: snel de juiste aanvraag vinden

Het overzicht van Infectieserologie en microbiologisch onderzoek op bloed in alfabetische volgorde kunt u vinden onder labdiagnostiek KCL onder ‘Microbiologie’:

Soms is het van belang de eerste ziektedag in te vullen om de juiste diagnostiek in te zetten. Dit veld verschijnt dan automatisch onder de in te vullen vragen (zie voorbeeld hieronder van een Q-koorts aanvraag):

 

Tip 6: Gebruik van probleemgroepen microbiologie

Belangrijke microbiologische pakketten zijn te vinden onder labdiagnostiek MMB onder ‘probleemgroepen’:

Aanvragen voor MRSA, BRMO, carbapenemase zijn te vinden onder ‘Algemeen onderzoek’. Hierbij staan aanwijzingen voor het juist aanvragen van onderzoek via de aanvullende opmerkingen die openklappen als u het onderzoek aanvraagt:

 

SOA pakketten waaronder PrEP labaanvragen zijn te vinden onder ‘Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA)’ onder zowel de labdiagnostiek KCL als MMB.

Aanvragen op afnamemateriaal is te vinden onder ‘Bepalingen -> Per materiaal’:

 

Onder ‘klinische gegevens’ kunt u het ziektebeeld en/of specifieke vraag invullen in het vrije tekstveld (bijvoorbeeld ‘otitis externa’ of ‘graag resistentie indien er gisten worden gevonden’):

 

Tip 7: Voor Microbiologie altijd een geprinte ZorgDomein-aanvraag nodig

Er is bij microbiologisch onderzoek altijd een loopbrief (print van de ZorgDomein-verwijzing) nodig die u uitprint en aan de patiënt meegeeft. Hierop staat ook welk afnamemateriaal gebruikt dient te worden. Op de loopbrief dient dan nog wel de afnamedatum en -tijd opgeschreven te worden, eventueel door de patiënt. Op afnamematerialen moet minimaal de naam en geboortedatum van de patiënt staan. Indien het meerdere potjes zijn, ook aard of locatie van het materiaal.

 

Tip 8: Het systeem denkt mee om radiologisch onderzoek te vinden

In Zorgdomein zijn verschillende manieren van aanvragen van radiologisch onderzoek. Na verloop van tijd herkent het systeem uw favoriete manier, waardoor het vinden van de verschillende onderzoeken steeds makkelijker zal worden.

Bij het eerste gebruik gaat u naar Diagnostiek waar u voor radiologie drie relevante tegels vindt, namelijk MRI, Echo en Röntgenonderzoek. MRI en echo spreken voor zich. Onder Röntgenonderzoek vindt u naast de standaard onderzoeken ook de Dexa. Binnen Zorgdomein zijn standaard onderzoeksbenamingen voorhanden die misschien even wennen zijn, de X-thorax heet “röntgen borstkast”. Daarnaast zal het wennen zijn dat de volgorde alfabetisch is in plaats van anatomisch.

 

Tip 9: Bij mammadiagnostiek verwijzen naar Radiologie

Alle patiënten met mogelijke mammaproblematiek gaan in de praktijk eerst langs radiologie, ook wanneer de ZorgDomein verwijzing naar Heelkunde/chirurgie is. Uiteraard blijft die verwijsmogelijkheid bestaan maar verwijzen naar radiologie heeft onze voorkeur.

U kunt in ZorgDomein via de tegels Röntgenonderzoek en Echo naar ‘Diagnostiek Mammacentrum’. Daar kunt u een mammografie of echo mamma (voor patiënten jonger dan 30 jaar) aanvragen. Zo nodig verwijst de radiolog intern door naar Heelkunde/chirurgie.

 

Tip 10: Afwegingen bij trauma van het aangezicht 

Volgens de landelijke richtlijnen zijn conventionele röntgenfoto’s bij trauma van het hoofd-halsgebied onvoldoende sensitief om klinisch relevante letsels uit te sluiten.‚Äč Bij trauma van het aangezicht is verwijzing naar KNO, MKA of de SEH te overwegen. Bij trauma van schedel of CWK is de SEH wellicht de beste optie. Mocht u toch verwijzen naar radiologie, dan zal een CT worden gemaakt van CWK en/of het aangezicht.