Hamervinger (malletvinger)

De medisch specialist heeft bij u een hamervinger (malletvinger) geconstateerd. Hierbij is de pees van het laatste vingerkootje afgescheurd. Hier leest u hoe een hamervinger wordt behandeld en hoe u hiermee kunt omgaan.  

Afdeling

Gipskamer

Lees meer

Meer over

In elke vinger zitten drie botjes: de vingerkootjes. Bij een hamervinger is de strekpees van het laatste vingerkootje afgescheurd. Hierdoor kunt u de top van uw vinger niet meer strekken. Uw vingertopje blijft gebogen als u de vinger strekt. Uw vinger lijkt dan een beetje op een hamertje.

Behandeling

De behandeling van een hamervinger heeft tot doel de afgescheurde pees weer aan elkaar te laten groeien. Hiervoor krijgt u een spalkje om de laatste twee kootjes van uw geblesseerde vinger. Deze spalk moet minimaal zes weken om uw vinger blijven zitten. Een enkele keer schrijft uw medisch specialist een andere tijdsduur voor. Door de spalk kunt u het laatste vingerkootje niet bewegen. De gespalkte hand mag u gewoon gebruiken, zolang het maar geen pijn doet. Nadat de spalk is verwijderd, kunt u voorzichtig met uw vinger oefenen in warm water. 


Spalk verwijderen 

Tijdens de eerste controle in het ziekenhuis zal de medisch specialist de spalk verwijderen of onderzoeken. Als het verband van de spalk eerder nat of vies is, mag u het zelf verwisselen. Daarbij moet u onderstaande instructies goed opvolgen.

Instructies voor het verwisselen van het verband

  • Leg de hand met de palm naar beneden plat op de tafel. Druk zacht op de vingers totdat ze plat op de tafel liggen. Schuif dan voorzichtig het spalkje eraf. Zorg ervoor dat de vinger de hele tijd goed recht en gestrekt blijft. Zo verstoort u het genezingsproces niet.
  • Maak voorzichtig uw vinger schoon. U kunt hierbij hulp vragen aan mensen in uw omgeving. Dep uw vinger daarna goed droog.
  • Schuif het spalkje opnieuw over uw vinger. Maak het met een pleister weer vast.

Na behandeling

Complicaties bij de behandeling van een hamervinger

  • Onder de spalk kan uw huid week en vochtig worden. Hierdoor kunnen wondjes ontstaan. Om deze wondjes te voorkomen, kunt u een gaasje onder de spalk aanbrengen.
  • Door de scheuring van de pees kan uw vinger dik worden. Hierdoor kan de spalk gaan knellen. Uw vinger krijgt dan minder bloed en kan pijn gaan doen. Door de verminderde doorbloeding van uw vinger, geneest uw vinger minder goed. Als uw spalkje knelt, neem dan contact op met de gipskamer of de Spoedeisende Hulp.
  • Allergie voor pleisters. Sommige mensen krijgen huiduitslag en jeuk door de pleisters. Dit is een allergische reactie. Heeft u hier last van, neem dan contact op met de gipskamer of de Spoedeisende Hulp. U krijgt dan anti-allergie pleisters. 
  • De spalk raakt los en de vinger buigt. U moet de vinger zo snel mogelijk opnieuw spalken en contact opnemen met de polikliniek van uw medisch specialist.  

Contact

Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen, stel deze dan gerust. De gipsverbandmeester of uw arts geeft u graag meer informatie.

  • Gipskamer locatie Tiel (0344) 67 42 93 - van maandag tot en met vrijdag van 08.15-16.45 uur
  • Gipskamer locatie Culemborg (0344) 67 47 44 - van maandag tot en met vrijdag van 08.00-17.00 uur
  • Spoedeisende Hulp (0344) 72 66 66