Heupdysplasie - behandeling met een spreidmiddel

Uw kind wordt behandeld voor heupdysplasie met een spreidmiddel (Pavlik-bandage/Campspreider). In deze folder leest u wat heupdysplasie is, hoe het wordt behandeld en hoe u uw kind kunt verzorgen. Lees de informatie goed door.

Afdeling

Gipskamer

Lees meer

Meer over

Heupdysplasie is een afwijking van de heupen. Een heupgewricht bestaat uit twee delen: de heupkom en de heupkop. De heupkom moet goed om de heupkop heen zitten. Bij heupdysplasie is de kom niet goed ontwikkeld; niet diep genoeg. Soms is ook de kop onvoldoende ontwikkeld. Hierdoor werkt het heupgewricht niet goed. Heupdysplasie komt regelmatig voor. Ongeveer een op de vijftig baby’s wordt geboren met deze afwijking. Soms kan heupdysplasie zich na de geboorte ontwikkelen. 

Wat zijn de gevolgen van heupdysplasie?

Als heupdysplasie niet wordt behandeld, kan het kind moeite krijgen met lopen en staan. Bij (jong)volwassenen kan het leiden tot vroege slijtage van de heup. Een tijdige behandeling kan dit voorkomen.


De behandeling van heupdysplasie

Als uw kind heupdysplasie heeft, is het belangrijk snel te starten met een behandeling. Bij de behandeling worden de benen van uw kind gespreid met een spreidmiddel. Hierdoor komt de heupkop goed in de kom te liggen. Dit stimuleert een goede ontwikkeling van de heupkom.

Uw toestemming

Voor het onderzoeken en de behandeling van uw kind heeft de medisch specialist uw toestemming nodig. Dit is geregeld via een wet. In deze wet staat dat u recht heeft op alle informatie die nodig is om een goede beslissing te kunnen nemen over de behandeling. Stel dus vragen als iets niet duidelijk is.

Duur van de behandeling

Een spreidbehandeling duurt meestal vier tot zes maanden. Het kan zijn dat de heupafwijking pas wordt ontdekt als uw kind zes maanden of ouder is. De behandeling kan dan enkele maanden langer duren.

Voor de behandeling worden er röntgenopnamen van uw kind gemaakt. Aan de hand van deze opnamen beslist de orthopeed (de arts) hoe lang uw kind het spreidmiddel moet dragen. In de laatste periode hoeft hij of zij het spreidmiddel meestal alleen nog in bed te dragen.

Voorbereiding

De arts kiest het spreidmiddel dat het meest geschikt is voor uw kind. Dit hangt af van de leeftijd en de ernst van de heupafwijking. Dit zijn de spreidmiddelen:

  • De Pavlik-bandage. Dit is een tuigje.
  • De Campspreider. Dit is een spreidbroek.
  • De gipsbroek. Dit is een spreidbroek van gips. De gipsbroek wordt vaak gebruikt wanneer de behandeling met de Pavlik-bandage en de Campspreider niet hebben geholpen of als het kind een heupluxatie (de heupkop is dan uit de heupkom) heeft.  Meer hierover leest u In de folder: Heupdysplasie, aangeboren heupluxatie. Behandeling met een gipsbroek.

Pavlik-bandage

De Pavlik-bandage is geschikt voor kinderen tot zes à zeven maanden, zolang het kind maar niet te zwaar en/of te sterk is.

  • Het tuigje wordt om de schouders, borst, beide enkels en voeten van uw baby vastgemaakt;
  • Het tuigje zorgt ervoor dat de beentjes van uw kind gespreid blijven. Hierdoor kan een goede, diepe heupkom gevormd worden. Uw kind kan zijn benen niet strekken, maar wel bewegen;
  • De bandjes kunnen worden afgesteld. Dit bepaalt hoeveel uw kind zich kan bewegen. De bandjes worden tijdens de behandeling regelmatig bijgesteld, tot de goede spreidstand is bereikt;
  • U krijgt goede uitleg over welke sluitingen u wél en niet mag openen. Dit is belangrijk want het tuigje werkt alleen als deze goed wordt omgedaan;
  • Als u het tuigje afdoet, mag uw kind de benen gewoon normaal bewegen. Het is goed om in de gaten te houden of het dit ook doet. De banden kunnen namelijk te hoog worden opgetrokken. Hierdoor kan de heupkop beschadigen en kunnen zenuwen beklemd raken;
  • De Pavlik-bandage mag maximaal twaalf weken gebruikt worden.

Campspreider

Bij zes tot zeven maanden wordt uw kind te zwaar voor de Pavlik-bandage. Dan wordt gebruikgemaakt van de Campspreider. Dit is een spreidbroek van kunststof.

  • Met de spreidbroek worden de benen gespreid. De heupkom kan zich zo goed ontwikkelen;
  • De spreidbroek houdt de benen van uw kind in een vaste positie. De bovenbenen kunnen niet bewegen, de onderbenen wel;
  • De spreidbroek heeft een rugdeel dat vastzit aan een buikband. De buikband heeft een klittenband. Er zitten twee manchetten om de dijbenen van uw kind. Deze hebben een klittenband.

Operatie

Een enkele keer is een operatie nodig om de heupkop te verbeteren. Dit gebeurt in de volgende gevallen:

  • De spreidmiddelen hebben niet genoeg geholpen;
  • Als de afwijking laat wordt ontdekt, werkt een spreidbroek minder goed. Dit is het geval als uw kind anderhalf tot twee jaar oud is. 

Behandeling

Het omgaan met het spreidhulpmiddel is wennen voor uw kind en ook voor u. Een goede verzorging is erg belangrijk. Hier zijn een aantal tips en aanwijzingen.

Wennen aan het tuigje of de spreidbroek

De meeste kinderen wennen snel aan de nieuwe houding in het tuigje of de spreidbroek. De eerste dagen zal uw kind meer huilen, maar dit is na ongeveer drie dagen voorbij. Het dragen van een spreidmiddel doet geen pijn. Merkt u dat uw kind wel pijn heeft, neem dan contact op met de behandelend arts. Soms besluit de arts om de behandeling in enkele dagen op te bouwen. Dit is om problemen met de doorbloeding in de heupkop te voorkomen.

Dag en nacht dragen

  • Uw kind moet het spreidmiddel dag en nacht dragen;
  • Het spreidmiddel mag alleen af bij het in bad doen, bij het aan- en uitkleden en tijdens het verschonen;
  • Het komt erop neer dat uw kind het spreidmiddel 23 uur per dag draagt. U heeft dus per dag ongeveer een uur (verdeeld over de dag) om uw kind aan- en uit te kleden, te wassen en te verschonen;
  • U mag hier alleen van afwijken als uw arts u iets anders heeft verteld.

Verschonen

  • U zult uw kind iets vaker moeten verschonen. Door de spreidstand van de benen zal de luier sneller lekken;
  • Trek uw kind bij een luierwisseling niet bij de voeten omhoog. De heupen worden zo te veel gestrekt. Dit kan de afwijking verergeren. Dit geldt ook voor het strekken van de benen, bijvoorbeeld om te meten hoe lang uw kind is;
  • U kunt uw kind optillen door een hand onder de onderrug van uw kind te schuiven;
  • Als het tuigje of de spreidbroek vies is geworden, kunt u het met zachte zeep schoonmaken.

Voeden

  • Het is even zoeken naar een goede houding om uw kind in een spreidmiddel te voeden.
  • Let er op dat de benen goed gespreid blijven.
  • Neem wat meer tijd om uw kind een boertje of windje te laten doen. Door de gespreide stand van de benen kan dit wat meer moeite kosten.

Borstvoeding

  • Het geven van borstvoeding is heel goed mogelijk;
  • U kunt het volgende proberen: Ga naast uw baby liggen (op bed). Leg het hoofd en lijfje van uw baby op uw onderarm. Leg de benen van uw kind op een kussen naast uw zij. U kunt ook een kussen op uw schoot leggen;
  • Neem wat meer tijd om uw kind een boertje of windje te laten doen. Door de gespreide stand van de benen kan dit wat meer moeite kosten;
  • Zo nodig kunt u advies vragen bij de wijkverpleegkundige of op www.borstvoeding.nl kijken, de website van de Samenwerkende Borstvoeding Organisaties (SBO).

Kleding

  • Uw kind kan onder het spreidmiddel meestal dunne kleding dragen. Bijvoorbeeld een kruippakje, een luierpakje of een (katoenen) maillot;
  • Over het spreidmiddel heen kan uw kind wijde, soepele, liefst katoenen kleding dragen. Een pyjama of een joggingpakje is erg handig. Hiermee voorkomt u dat uw kind het klittenband van de spreidbeugel lostrekt;
  • Een broek met een sluiting aan de binnenkant van het been is heel handig;
  • Voor oudere kinderen die niet meer in de babymaten passen, kunt u zelf een passende broek maken. Koop bijvoorbeeld tricotbroekjes van twee maten groter. Maak de naden los en maak er drukknoopjes aan;
  • Het kan lastig zijn om de benen van uw kind bij elkaar te krijgen voor het aantrekken van kleding. Dit komt omdat de benen al lang in een spreidstand staan. In dat geval is het handig om in een maillot knoopsgatelastiek aan te brengen. De benen kunnen dan in de spreidstand blijven bij het aan- en uittrekken. 

Irritatie van de huid

  • Gespjes en haakjes kunnen de huid irriteren. Om dit te voorkomen, kunt u er katoenen lapjes om heen naaien;
  • Soms komt het voor dat er smetplekjes ontstaan bij de knieholtes. Dit komt doordat het tuigje of de spreidbroek dicht tegen de billen zit. U kunt de plekjes dun insmeren met zinkzalf of Bepanthen Zalf; 
  • U kunt smetplekjes in de knieholtes voorkomen door een stukje buistricot om de knie van uw kind te schuiven. Dit buistricot is verkrijgbaar bij de gipskamer van het ziekenhuis. Het is niet te koop bij de apotheek. U kunt ook zelf een ‘buis’ maken van dunne, gladde katoenen tricot. Schuif de naad dan naar de buitenkant van de knie.

Slapen

  • Een kind zoekt bij het slapen naar een gemakkelijke houding. Het kan zijn dat uw kind scheef gaat liggen, zodat het been meer gestrekt ligt dan de bedoeling is. Als u dit ziet, probeer dan de beugel aan te schuiven. Dit doet u tot de benen weer in een goede spreidstand staan;
  • Als uw kind niet in een goede spreidstand ligt, heeft het dragen van het spreidmiddel minder effect. De behandeling kan dan langer duren.
  • Heeft uw kind een spreidbroek? Controleer dan bij het slapen ook of de kokers, die om de benen zitten, niet knellen. U kunt dit verhelpen door handdoekrolletjes onder de onderbenen te leggen;
  • Een kind met een spreidmiddel past meestal niet meer in een gewone slaapzak. Er zijn slaapzakken verkrijgbaar voor kinderen met een spreidmiddel. Kijk bijvoorbeeld op www.kiekhipwear.nl.

Het tuigje of de spreidbroek is vies of stuk

Wat kunt u doen als het spreidmiddel erg vies is geworden of als het klittenband niet meer goed sluit? U kunt dan contact opnemen met de Gipskamer van het ziekenhuis. Meestal krijgt u dan een nieuwe.


Vervoer van uw kind

Wandelwagens

Hoe vervoert u uw kind in een wandelwagen? Op de www.heupafwijkingen.nl (op het ledendeel) staat welke wandelwagens geschikt zijn voor kinderen met een spreidmiddel.

Draagzak of rugzitje

  • Er zijn speciale draagzakken en rugzitjes voor kinderen met een spreidmiddel. Het gaat dan om zogenaamde ergonomische dragers. Deze dragers zijn gunstig voor de ontwikkeling van het heupgewricht;
  • Het is belangrijk dat de benen gespreid zijn en de knieën zich hoger bevinden dan de heupen;
  • Op de website van de VAH staat een overzicht van dragers en draagdoeken die kunnen worden gebruikt voor een kind in een spreidbroek;
  • Er zijn ook dragers te huur. Kijk op www.heupafwijkingen.nl;
  • Voor advies over dragers kunt ook terecht bij een draagconsulent. Deze persoon heeft ervaring met kinderen met een spreidmiddel. Gegevens over een consulent bij u in de buurt vindt u op www.heupafwijkingen.nl.

Fiets

  • Met een spreidbroek kan een kind in een ‘ouderwets’ fietszitje (met open zijkant) aan het stuur;
  • U kunt eventueel eerst de beugel van de spreidbroek in het zitje plaatsen en dan uw kind erin zetten. Daarna sluit u de spreidbroek. Doe uw kind wel altijd het veiligheidstuigje om, omdat het gemakkelijk voorover kan vallen;
  • Er zijn autostoeltjes die achterop de fiets kunnen worden gezet. Uw kind zit dan halfliggend. Daarom kan het de schokkende bewegingen minder goed opvangen. Laat uw kind er daarom niet te lang in zitten. Let vooral ook op de veiligheid. Door het gewicht van het autozitje is de fiets minder stabiel;
  • Een fietskar achter de fiets of een bakfiets is ook mogelijk. Fietskarren als de Burley Solo, Winther Dolphin en de Kadcar Comfort hebben een verstelbare rugleuning. Hierdoor kunt u gemakkelijker een goede stand voor uw kind vinden. Kijk op www.fietskar.nl.

Auto

Een kind met een spreidmiddel past meestal niet in een gewoon autostoeltje. Let op! Ga nooit zelf in een stoeltje zagen. Het stoeltje verliest dan zijn keurmerk en biedt niet meer voldoende bescherming. Het kan ook betekenen dat uw verzekering en de fabrikant niet vergoeden als er iets gebeurt.

Als uw kind wordt behandeld met een gipsbroek of een spreidmiddel, is het soms niet mogelijk het te vervoeren in een kindbeveiligingssyteem. Denk bijvoorbeeld aan een autozitje of een Maxi Cosi. Het gebruik van een kindbeveiligingssysteem is verplicht in Nederland. Wilt u uw kind met de gipsbroek toch meenemen in de auto, dan kunt u hiervoor toestemming aanvragen. Dit doet u bij het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR). U kunt daar persoonlijk om ontheffing vragen.

Alles weten over de ontheffing kindbeveiligingssystemen? Lees hier meer.

Na behandeling

De ontwikkeling van uw kind

  • Tijdens de behandeling gaat de ontwikkeling van uw kind gewoon door. Ook met gespreide benen kan uw kind leren zitten, omdraaien, kruipen, staan en lopen;
  • De volgorde van ontwikkeling is vaak wel anders bij een kind met een spreidmiddel. Als een kind toch wat achterstand oploopt, haalt het deze vaak snel weer in. Dit gebeurt al wanneer het spreidmiddel overdag enige tijd af mag;
  • Het duurt vaak wel langer voordat uw kind de benen weer helemaal kan strekken. Dit komt omdat de benen lang in de spreidstand hebben gestaan;
  • Na de behandeling heeft een kind vaak minder controle over de balans van de romp. Dit komt omdat het kind zich met een spreidmiddel niet hoeft in te spannen om stabiel te zitten. Bij tachtig procent van de kinderen gaat dit vanzelf weer over. Zes weken na de spreidperiode is het bewegen al sterk verbeterd;
  • Om de balans van de romp te stimuleren kunt u schootspelletjes doen. Dit kan trouwens ook tijdens de behandeling. Bijvoorbeeld ‘paardje rijden’ of ‘op een grote paddenstoel’. U kunt uw kind ook speelgoed laten pakken waar het net niet bij kan;
  • Laat uw kind in een spreidbroek omrollen. Dit kan door een kussen onder de romp te leggen. U kunt uw kind ook met zijn buik op een grote bal of skippybal laten rollen. 

Controle

  • Een half jaar nadat de behandeling is gestopt, heeft uw kind een controle-afspraak bij de medisch specialist;
  • Zodra uw kind goed kan lopen, volgt een tweede controle;
  • Sommige kinderen krijgen opnieuw klachten op tienerleeftijd (twaalf tot zestien jaar). Daarom is het belangrijk altijd contact op te nemen met de arts als uw kind pijnklachten heeft.

Hergebruik van spreidmiddelen

Als uw kind het spreidmiddel niet meer nodig heeft, kunt u het inleveren bij de gipskamer. De gebruikte spreidmiddelen gaan naar ontwikkelingslanden, waar ze worden hergebruikt.

Contact

Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen, stel deze dan gerust. Uw arts of de medewerkers van de gipskamer geven u graag meer informatie.

  • Gipskamer locatie Tiel (0344) 67 42 93 – van maandag tot en met vrijdag van 08.15 tot 16.45 uur.

Meer informatie

Voor meer informatie over kinderen met een aangeboren heupafwijking kunt u terecht bij Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling. Voor het bestellen of huren van artikelen moet u lid worden van de vereniging.

Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling
Oudstraat 2
3404 HC IJsselstein

T  (0900) 43 87 39 7
E  info@heupafwijkingen.nl
www.heupafwijkingen.nl

  • Voor informatie over hulpmiddelen voor kinderen met heupdysplasie/heupluxatie: www.kiekhipwear.nl;
  • Voor meer informatie over fietskarren of bakfietsen: www.fietskar.nl;
  • Voor meer informatie over het aanvragen van een ontheffing kindbeveiligingssystemen in de auto, klik hier