Isolatie bij BRMO's

U bent opgenomen en wordt in isolatie verpleegd. In het ziekenhuis bevinden zich veel mensen dicht op elkaar. Dit vergroot de kans op het verspreiden van micro-organismen. Patiënten in het ziekenhuis hebben vaak tijdelijk een verminderde weerstand en lopen sneller een infectie met ziekmakende micro-organismen op. Om deze redenen besteedt het ziekenhuis extra aandacht aan het voorkómen van verspreiding van micro-organismen zoals bacteriën en virussen. Een manier om de verspreiding van micro-organismen te voorkomen is door middel van isolatieverpleging.

Afdeling

Ziekenhuishygiƫne en Infectiepreventie

Lees meer

Meer over

Een ander woord voor isolatie is afzondering. Verpleging of behandeling in isolatie is een maatregel ter bescherming van uw medepatiënten en van de medewerkers. Verpleging in isolatie kent verschillende vormen; van milde maatregelen tot strenge maatregelen. De gekozen vorm van isolatie is afhankelijk van het micro-organisme dat u (vaak tijdelijk) bij u draagt.

Behandeling

Om aan te geven welke isolatievoorschriften er voor u gelden, gebruiken we een deurkaart in een specifieke kleur. Bij een patiënt die in isolatie verpleegd wordt, hangt deze instructiekaart op of naast de deur van de kamer. Op deze kaart staat welke voorzorgsmaatregelen de medewerkers van het ziekenhuis toepassen om verspreiding van micro-organismen te voorkomen. Ook voor uw bezoek kunnen voorzorgsmaatregelen gelden. Op de deurkaart staat met pictogrammen welke voorzorgsmaatregelen er van toepassing zijn.

Strikte isolatie (deurkaart: rood)

Deze vorm van isolatie wordt toegepast bij kans op besmetting van micro-organismen die via de lucht én via contact (direct en indirect) worden overgedragen. Bijvoorbeeld: waterpokken, de MRSA bacterie en COVID-19 (coronavirus.

Contactisolatie (deurkaart: oranje)

Deze vorm van isolatie wordt toegepast bij kans op besmetting met micro-organismen die via contact (direct en indirect) worden overgedragen. Bijvoorbeeld: diarree en resistente micro-organismen.

Beschermende isolatie (deurkaart: groen)

Deze vorm van isolatie wordt toegepast wanneer er sprake is van een sterk verminderde weerstand van de patiënt. De behandelend arts besluit of deze vorm van isolatie nodig is. Bijvoorbeeld: leukemie en ernstige brandwonden.

Aërogene isolatie (deurkaart: paars)

Deze vorm van isolatie wordt toegepast wanneer besmetting met micro-organismen mogelijk is via aërosolen (piepkleine druppeltjes in de lucht). Bijvoorbeeld: open tuberculose.

Druppel/contact isolatie (deurkaart: blauw)

Deze vorm van isolatie wordt toegepast wanneer besmetting met micro-organismen via druppels mogelijk is over een afstand van 1,5 meter EN/OF via lichaamsvloeistoffen EN/OF via contact (direct en indirect) mogelijk is. Bijvoorbeeld: griep en noro-virus.


Wat moet uw bezoek weten?

Voor bezoekers kunnen extra maatregelen gelden. Daarom moet het bezoek zich altijd eerst melden bij de verpleegkundige. Deze helpt en adviseert u met de instructies. Uw bezoek mag na een visite aan u geen andere patiënten meer bezoeken. Isolatieverpleging betekent niet dat familie en/of vrienden u moeten mijden. De kledingvoorschriften voorkomen verspreiding via kleding van medewerkers en specialisten naar andere patiënten. Wilt u kinderen meenemen? Overleg dan even met de verpleegkundige van de afdeling.

Na behandeling

De duur van de isolatieverpleging is afhankelijk van het aanwezige micro-organisme. Isolatieverpleging is in principe geen reden voor een langer verblijf in het ziekenhuis. De duur van uw opname wordt bepaald door de aandoening of klachten waarvoor u bent opgenomen.

De isolatiemaatregelen zijn bedoeld om verspreiding van micro-organismen en/of infectieziekten naar andere patiënten, medewerkers en bezoekers te voorkomen. Wij beseffen dat sommige maatregelen
vervelend kunnen zijn. Wij rekenen op uw begrip ten behoeve van medepatiënten, medewerkers en bezoekers.

Als u ontslagen wordt uit het ziekenhuis, zijn isolatiemaatregelen over het algemeen niet meer nodig. Is dit toch het geval, dan bespreken de behandelend arts of verpleegkundige dit met u voordat u met ontslag gaat. Het kan zijn dat bij een polikliniekbezoek of opname mogelijk nog wel maatregelen nodig zijn.


Wasgoed

Wasgoed moet in een gesloten plastic zak mee naar huis genomen worden. Het wasgoed moet zo heet mogelijk gewassen worden, bij voorkeur op 60°C. Gooi de plastic zak daarna weg.

Contact

Mocht u na het lezen van de informatie nog vragen hebben, stel deze dan gerust aan de verpleegkundige. Ook kunt u contact opnemen met de afdeling Ziekenhuishygiëne en Infectiepreventie door te mailen naar ziekenhuishygiene@zrt.nl of door te bellen naarvia (0344) 67 49 11 (centraal nummer).