Niersteenverwijdering via percutane kijkoperatie

De nieren halen afvalstoffen uit het lichaam. Deze afvalstoffen plast u uit. Soms lossen de afvalstoffen niet helemaal op. Ze vormen dan kleine steentjes. Dit worden nierstenen genoemd. De niersteen wordt verwijderd met een speciale operatietechniek: percutane niersteenverwijdering (percutane nefrolitholapaxie – PNL). Percutaan betekent ‘door de huid’. Uw nier wordt door de huid heen aangeprikt met een naald. Dan wordt er een hol buisje met een doorsnede van ongeveer één centimeter in de nier gebracht. Via dit buisje kan de steen weggehaald worden.

Afdeling

Urologie

Lees meer

Meer over

De meeste nierstenen worden uitgeplast en verdwijnen dus vanzelf. Maar soms zijn de stenen te groot en kunnen ze vast komen te zitten tussen de nier en de blaas. U kunt ze dan niet meer uitplassen. Dit kan heel veel pijn doen in de onderbuik. De pijn komt vaak in aanvallen (kolieken). Door nierstenen kunt u infecties krijgen. Ook kan uw nier slechter gaan werken. Dat zijn redenen om de nierstenen te verwijderen

Voorbereiding

Soms zijn er extra voorbereidingen nodig voor de operatie. U wordt dan de dag vóór de operatie opgenomen. Het kan zijn dat u op advies van uw arts bent gestopt met het nemen van bloedverdunners.

Op de ochtend van de operatie blijft u nuchter. Dat betekent dat u niet mag eten of drinken. Ook weet u welke tabletten u eventueel wel of niet moet innemen. Daarnaast zijn de volgende voorbereidingen belangrijk:

  • Vaak wordt er op de opnamedag nog een röntgenopname van uw buik gemaakt. Zo kan de precieze plek van de steen worden vastgesteld.
  • U krijgt voorbereidende medicijnen voor de verdoving.
  • Meestal krijgt u ongeveer drie kwartier voor de operatie een tabletje om wat rustig te worden.
  • U krijgt een soort knijper op uw vinger om de hoeveelheid zuurstof in het bloed te meten.
  • Uw bloeddruk wordt gemeten.
  • U krijgt elektroden op uw borst om uw hartritme te kunnen controleren tijdens de operatie.

Behandeling

Meestal bestaat deze kijkoperatie uit twee delen.

Het eerste deel van de operatie

  • Tijdens het eerste deel ligt u op uw rug.
  • De uroloog (arts) brengt via de plasbuis een kijkbuis in de blaas (cystoscoop). Zo kan hij of zij de binnenkant van uw blaas bekijken.  
  • Via dit buisje worden ook de instrumenten in de blaas ingebracht die nodig zijn voor de operatie.
  • Daarna schuift de uroloog een slangetje (katheter) via de urineleider tot in uw nier. Via dit slangetje krijgt u later contrastmiddel toegediend.

Het tweede deel van de operatie

  • Tijdens het tweede deel wordt u op uw buik gedraaid. Dit is omdat uw nieren aan de kant van uw rug zitten. U wordt met kussens ondersteund.
  • U krijgt een contrastmiddel in uw nier via de katheter. Uw nier wordt in beeld gebracht met een echo of een röntgenopname. Hiermee kan de uroloog uw nier en de steen (of stenen) beter zien.
  • Daarna prikt de uroloog uw nier aan via de huid van de rug. Dit gebeurt met een dunne naald (punctie).  
  • Vervolgens schuift hij of zij een holle buis naar binnen, met een camera en instrumenten waarmee hij of zij de steen kan verwijderen.
  • Soms is de steen te groot en kan hij niet in een keer worden verwijderd. In dat geval wordt de steen eerst kapotgemaakt en worden de restjes steen weggehaald.
  • Na de operatie kan de uroloog ervoor kiezen om een slangetje achter te laten bij de insteekopening in uw rug. De urine loopt via dit slangetje naar buiten in een zak.

Na behandeling

  • Na de operatie heeft u verschillende slangetjes (katheters) in uw lichaam. Een ervan komt via de rug naar buiten en blijft na de operatie nog enkele dagen zitten. Het is namelijk mogelijk dat er nog een röntgenopname van uw nier wordt gemaakt.
  • Ook heeft u een blaaskatheter gekregen. Dit is een slangetje via de plasbuis dat ervoor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. U hoeft dan niet zelf te plassen.  
  • Als er geen restjes steen meer in de urineleider of de nier zitten, worden alle katheters verwijderd.  

Als alles goed gaat mag u de derde of vierde dag na de operatie naar huis.

  • De urine kan een tijdlang na de ingreep bloederig zijn. Het is daarom belangrijk dat u voldoende drinkt (ongeveer twee liter per dag) om de nieren en de blaas te spoelen.
  • Na de operatie kunt u pijn hebben aan uw nier. Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf, maar soms is een pijnstiller nodig.
  • Ook kunt u koliekpijnen hebben. Deze verdwijnen na een paar dagen vanzelf, maar soms is een pijnstiller nodig.
  • Het is mogelijk dat u nog wat reststeentjes uitplast. Soms geeft dat een branderig gevoel tijdens het plassen.

Contact

Heeft u nog vragen, stel deze dan gerust. De medewerkers van de afdeling Urologie geven u graag meer informatie. 

Polikliniek Urologie (0344) 67 40 40 – van maandag tot en met vrijdag van 08.30-12.00 uur en van 13.00-16.30 uur. Buiten kantoortijden of in het weekend kunt u de dienstdoende uroloog bereiken via de receptie.