Opheffen van vernauwingen in de plasbuis (Sache-urethratomie, Otis-urethratomie)

Binnenkort wordt u opgenomen op de verpleegafdeling kortverblijf, voor het opheffen van vernauwingen in de plasbuis. U meldt zich op de afgesproken datum en tijd bij de TVO-balie in de centrale hal van het ziekenhuis. De gastvrouw of gastheer brengt u naar de verpleegafdeling. Op zondagen kunt u direct naar de verpleegafdeling gaan. In de informatie leest u over deze operatie en hoe u zich hierop kunt voorbereiden. De informatie is een aanvulling op de gesprekken die u heeft met uw uroloog. Natuurlijk kunt u altijd contact opnemen met de afdeling Urologie als u vragen heeft.

Afdeling

Urologie

Lees meer

Meer over

Om de vernauwing in de plasbuis op te heffen, krijgt u een operatie. U krijgt een sneetje in het littekenweefsel van de plasbuis. De vernauwing is dan weg. Dit kan op twee manieren: via de Sachse-operatie of via de Otis-operatie. De uroloog bespreekt met u welke methode voor u geschikt is.

Let op! Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Mensen die bloedverdunners gebruiken, moeten dit voor de operatie aan ons doorgeven. Dit is heel belangrijk, want soms is het nodig om tijdelijk te stoppen met deze medicijnen. Uw arts kan u uitleggen wat u moet doen met uw bloedverdunners.

Voorbereiding

Op de ochtend van de operatie blijft u nuchter. U mag dan niet eten of drinken. U weet welke tabletten u eventueel wel of niet moet innemen. Daarnaast zijn de volgende voorbereidingen belangrijk:

  • U krijgt voorbereidende medicijnen voor de verdoving.
  • Zorg dat u voor de operatie nog even plast, zodat uw blaas leeg is.
  • Meestal krijgt u ongeveer drie kwartier voor de operatie een tabletje om wat rustig te worden.
  • U krijgt operatiekleding aan.
  • Zo nodig wordt u geschoren op de plek waar u wordt geopereerd.
  • U mag geen bril, contactlenzen, hoortoestel of sieraden dragen als u onder algehele narcose (verdoving) wordt geopereerd.
  • U wordt in uw bed naar de operatieafdeling gebracht.
  • U krijgt een infuus voor extra vocht en medicijnen.
  • U krijgt een soort knijper op uw vinger om de hoeveelheid zuurstof in het bloed te meten.
  • Uw bloeddruk wordt gemeten.
  • U krijgt elektroden op uw borst om uw hartritme te kunnen controleren tijdens de operatie.

Daarna gaat u naar de operatiekamer.

In de volgende situaties kunt u contact met ons opnemen

  • U plast bloed of u plast grote bloedstolsels.
  • U heeft koorts boven de 38.5 °C of u heeft langer dan 24 uur koorts boven de 38 °C.
  • U heeft een constante pijn die niet overgaat. Ook niet door het nemen van de pijnstillers of vier keer per dag twee tabletten paracetamol van 500 mg.

Op werkdagen kunt u van 08.30-12:00 en van 13:00-16:30 uur contact opnemen met de polikliniek Urologie (0344) 67 40 40. Buiten kantooruren neemt u contact op met de dienstdoende huisarts. Hij of zij verwijst u zo nodig door naar de uroloog.

Behandeling

De Sachse-operatie

  • Deze methode is geschikt wanneer de vernauwing in het bovenste deel of in het midden van de plasbuis zit. Dit is het deel dat dichtbij de prostaat zit.
  • Er wordt een kijkinstrument in de plasbuis gebracht. Hiermee is de vernauwing te zien.
  • Met een mesje wordt een sneetje gemaakt. De vernauwing is dan weg.

De Otis-operatie

  • Deze methode is geschikt wanneer de vernauwing in het onderste deel van de plasbuis zit.
  • De plasbuis wordt opgespannen voor zover dat mogelijk is.
  • Met een mesje wordt een sneetje gemaakt. De vernauwing is dan weg.

Na behandeling

  • Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer. Als de narcose is uitgewerkt, wordt u naar de verpleegafdeling gebracht.
  • Op de afdeling controleert de verpleegkundige uw bloeddruk en hartritme. Ook wordt bijgehouden wanneer u voor het eerst heeft geplast na de operatie.
  • U krijgt medicijnen tegen de pijn. Houdt u toch pijn, dan kunt u dit tegen de verpleegkundige zeggen. Hij of zij kan u na overleg met de arts sterkere pijnstillers geven.
  • U mag kort naar de operatie weer beginnen met eten en drinken.
  • U heeft een infuus in uw hand of arm. Als het eten en drinken goed gaat, wordt het infuus ’s avonds verwijderd.
  • Op de dag van de operatie mag u niet uit bed.
  • Direct na de operatie heeft u een slangetje (katheter) in de blaas. (Zie figuur 6). Via dit slangetje loopt de urine uit de blaas in een zak. U hoeft dan niet zelf te plassen. Zo kan de wond tot rust komen. De urine kan in het begin wat rood zijn. Een enkele keer kan het slangetje het gevoel geven dat u constant moet plassen. Het slangetje kan ook pijn veroorzaken aan de top van de penis. Dit wordt ‘blaaskramp’ genoemd. Als u last heeft van blaaskramp, zeg dit dan tegen de verpleegkundige. Hij of zij kan u hiervoor medicijnen geven.
  • Als uw urine weer helder is, kan de katheter worden verwijderd. U gaat dan zelf weer plassen. In het begin kan het plassen een branderig gevoel geven. Door goed te drinken (ongeveer twee liter) verdwijnt dit gevoel meestal snel. Ook kan er in het begin wat bloed bij de urine zitten.
  • Op de dag na de operatie kunt u zichzelf weer verzorgen en mag u uit bed.

Kunnen er complicaties optreden bij een operatie?

Bij elke operatie, hoe klein ook, kunnen er problemen ontstaan. Bijvoorbeeld een infectie van de wond of een nabloeding. Dit kan tijdens of na de operatie gebeuren. Tijdens de ziekenhuisopname krijgt u een antibioticum om de kans op een infectie te verkleinen. De verpleegkundige houdt goed in de gaten of u een nabloeding krijgt.

Nabespreking

Het is vanzelfsprekend dat u vragen heeft over de behandeling en de gevolgen ervan. Na de operatie heeft u een gesprek met de uroloog waarin u al uw vragen kunt stellen. Het is prettig als uw partner of iemand uit uw naaste omgeving hierbij aanwezig kan zijn.

Wanneer mag u naar huis?

Als alles goed gaat mag u zes dagen na de operatie rond 11:00 uur naar huis.

U kunt naar huis als:

  • u geen koorts heeft.
  • de wond er goed uitziet.
  • u zichzelf goed kunt verzorgen.
  • u weer normaal eet.
  • u normaal kunt poepen en plassen.
  • u zelfstandig uw wond kunt verzorgen.
  • de ontslagpapieren in orde zijn.
  • u weet hoe en wanneer u contact met ons kunt opnemen.

Afspraak voor controle

Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak voor een controle mee. U heeft deze afspraak bij de uroloog op de polikliniek Urologie, acht weken na de operatie. U moet met een volle blaas naar de afspraak komen. U moet uw plas dus enige tijd ophouden.

Vervoer naar huis

Als de operatie normaal verloopt en u voelt zich goed, dan mag u op de eerste dag na de operatie naar huis. Het is prettig als een familielid of kennis u ophaalt. Hij of zij kan een rolstoel meenemen bij de ingang van het ziekenhuis.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan gerust. De medewerkers van de afdeling Urologie geven u graag meer informatie. 

Afspraak verzetten

Het kan gebeuren dat u een afspraak moet verzetten. Geef dit alstublieft zo snel mogelijk aan ons door. We maken dan een nieuwe afspraak en kunnen de vrijgekomen tijd reserveren voor een andere patiënt.

  • Polikliniek Urologie (0344) 67 40 40 – van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur. Buiten kantoortijden of in het weekend kunt u de dienstdoende uroloog bereiken via de receptie.