Revalidatie na buigpeesoperatie

U heeft een buigpeesoperatie ondergaan. Nu u weer naar huis gaat, is het belangrijk meteen met uw vingers te gaan oefenen. Op deze pagina leest u waarom dit belangrijk is en hoe u kunt oefenen met uw vingers. 

Afdeling

Gipskamer

Lees meer

Meer over

Wat zijn buigpezen?

Door elke vinger lopen twee buigpezen. Hiermee kunt u uw vingers buigen. Na een blessure of snijwond aan uw vinger, kunnen de buigpezen soms niet meer goed bewegen.  

Na behandeling

Tijdens de operatie heeft de chirurg de blessure aan uw buigpezen hersteld. Op de plaats van de operatie ontstaat altijd een litteken. De vorming van dit littekenweefsel kan later problemen veroorzaken. Als er te veel littekenweefsel ontstaat, krijgt u verklevingen. U kunt de vinger dan niet meer volledig buigen of strekken. Om dit te voorkomen, is het belangrijk dat u heel goed oefent in de revalidatieperiode.

Revalidatie van een buigpeesoperatie

De revalidatie duurt ongeveer drie maanden. Deze drie maanden worden verdeeld in vier perioden:

  • Eerste periode: van 0 tot 4 weken na de operatie.
  • Tweede periode: van 4 tot 6 weken na de operatie.
  • Derde periode: van 6 tot 8 weken na de operatie.
  • Vierde periode: van 8 tot 12 weken na de operatie.

In elke periode doet u verschillende oefeningen. Uw medisch specialist legt de oefeningen uit. Soms heeft u begeleiding nodig van een handtherapeut. Op de polikliniek of in het ziekenhuis komt de handtherapeut langs om te kijken of u extra begeleiding nodig heeft.


Eerste periode

Na de operatie krijgt u een rustspalk. Deze spalk (orthese) legt de gipsverbandmeester bij u aan op de gipskamer. Het is belangrijk om hier direct mee te gaan oefenen. Hiermee kunt u verklevingen van het litteken zo veel mogelijk voorkomen.

Door het elastiek dat verbonden is aan uw vinger, wordt de vinger vanzelf gebogen. In deze periode mag u de vinger niet zelf niet buigen. Hiervan kan de gehechte pees losscheuren. In de spalk moet u wel zelf de vinger strekken. Dit is goed, omdat de buigpezen zich ontspannen bij het strekken van de vinger. Er wordt dan geen kracht op uitgeoefend.

In de eerste periode moet u de vinger elk uur minimaal tien keer volledig strekken. Het is vooral belangrijk dat het tweede vingerkootje (de kleine botjes in uw vinger) zo snel mogelijk helemaal gestrekt kan worden. Lukt dit niet dan kunnen er verklevingen ontstaan. Als gevolg hiervan kunt u later uw vinger niet meer helemaal strekken.

Tweede periode

Na vier weken wordt de spalk verwijderd. U kunt dan zelf de vinger actief gaan buigen. De gehechte pees is dan nog niet trekvast. Dit betekent dat u dan nog geen krachtige buigbewegingen mag oefenen! In de tweede periode moet u elk uur tien minuten oefenen. Ook kunt u starten met littekenmassage. Hiermee houdt u het litteken soepel. U krijgt hierover uitleg.

Het kan zijn dat uw medisch specialist gebruik maakt van een andere operatietechniek. Hierdoor kan het revalidatieprogramma anders zijn dan het hier beschreven programma.

Derde periode

In deze periode kunnen de buigoefeningen worden uitgebreid. U moet steeds met elk vingerkootje apart oefenen. U kunt ook proberen een volledige vuist te maken. Daarnaast kunt u langzaam uw normale dagelijkse werkzaamheden weer oppakken.

Vierde periode

In deze laatste periode gaat u oefenen om het krachtsverlies in de vinger weer helemaal te herstellen. Hiervoor kunt u oefeningen doen met een bal of kneedbare putty. Verder kunt u uw dagelijkse activiteiten uitbreiden. Ook is het mogelijk om weer zwaar werk te doen.

Contact

Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen, stel ze dan gerust. De gipsverbandmeester of uw arts geeft u graag meer informatie.

  • Gipskamer locatie Tiel (0344) 67 42 93 – van maandag tot en met vrijdag van 08.15 tot 16.45 uur
  • Gipskamer locatie Culemborg (0344) 61 47 44
  • Spoedeisende Hulp (SEH) (0344) 72 66 66