Telemetriebewaking

Het hart is een spier. In rust trekt het hart zo’n zestig tot tachtig keer per minuut samen. Zo pompt het hart het bloed door uw lichaam. Dit samentrekken gebeurt door een elektrische prikkel die het hart zelf afgeeft. Normaal gaat dit in een gelijkmatig ritme, maar soms kan het hartritme verstoord zijn. Als de behandelend arts heeft besloten dat uw hartritme bewaakt moet worden, kan dit met een telemetriekastje dat u bij u draagt.

Afdeling

Cardiologie

Lees meer

Meer over

Met telemetriebewaking kunnen we uw hartritme op afstand bewaken en bekijken. Er kunnen verschillende redenen zijn om dit te doen, zoals:

  • We willen onderzoeken of u last heeft van hartritmestoornissen.
  • We willen onderzoeken of er iets mis is met de elektrische prikkel in het hart.
  • We willen onderzoeken hoe u reageert op bepaalde medicijnen.

Hoe werkt telemetriebewaking?

Het kastje is een zender. De zender vangt de elektrische prikkel van het hart op. Deze prikkel wordt omgezet in een signaal. De computer op de afdeling Hartbewaking vangt dit signaal op en maakt het zichtbaar op een monitor. Zo wordt uw hartritme op afstand bewaakt.

Telemetriebehandeling

Waarop moet u letten als u een telemetriekastje draagt?

  • Als u een telemetriekastje draagt, mag u NIET van de afdeling af. De antennes geven de signalen door aan de afdeling Hartbewaking. Als de afstand te groot wordt, bent u niet meer zichtbaar op de monitor op de hartbewaking. Uw hartritme wordt dan niet meer bewaakt. De verpleegkundige van de afdeling legt u uit tot waar u precies mag lopen.
  • Heeft u een onderzoek buiten de afdeling? Een verpleegkundige zal u dan mogelijk begeleiden en de afdeling Hartbewaking informeren.

Wanneer moet u een verpleegkundige waarschuwen?

Heeft u klachten aan uw hart? Geef dit dan direct door aan de verpleegkundige. Denk daarbij aan klachten als:

  • hartkloppingen of een gejaagd gevoel op de borst
  • pijn op de borst
  • het gevoel dat u gaat flauwvallen
  • duizeligheid
  • het gevoel dat uw hart overslaat
  • andere klachten.

Wat moet u verder weten over het telemetriekastje?

  • U mag alleen douchen als u hiervoor toestemming heeft van uw arts.
  • Bij het wassen is het belangrijk dat de draden en plakkers op de juiste plek blijven zitten. Als de plakkers loslaten, plakt de verpleegkundige ze weer voor u vast.
  • Soms wordt u wakker gemaakt omdat het kastje een storing heeft. Bijvoorbeeld als er een elektrode los zit, een plakker niet plakt of de batterij van het kastje leeg is.
  • Heeft u huidirritatie of jeuk op de plaats van de plakker? Geef dit dan door aan de verpleegkundige. Soms kan de plakker op een andere plaats geplakt worden of misschien heeft u een plakker nodig voor een gevoelige huid.

Behandeling

U draagt het kastje in een zakje om uw nek of in uw borstzak. Op uw bovenlichaam komen vijf plakkers met draden. Deze zijn verbonden met het telemetriekastje. Het kastje registreert uw hartslag en stuurt de gegevens naar de afdeling Hartbewaking. De verpleegkundigen houden daar uw hartritme in de gaten.

Infuusnaald

Sommige mensen met een telemetriekastje krijgen een infuusnaald. Bijvoorbeeld als u ernstige hartritmestoornissen heeft. Of als de arts vermoedt dat u hartritmestoornissen heeft. Via de infuusnaald kunnen de verpleegkundigen u medicijnen geven. Deze medicijnen komen dan direct in de bloedbaan terecht.