Verwijderen blaastumor via de plasbuis

Een blaastumor is bijna altijd kwaadaardig en wordt vaak ontdekt doordat er bloed in de urine zit, al dan niet zichtbaar. Een blaastumor wordt altijd verwijderd. Na de operatie onderzoekt een patholoog (medisch specialist) het weggehaalde weefsel. Dan wordt duidelijk of het gaat om een onschuldige of een agressieve tumor. De uitslag van dit onderzoek bepaalt welke behandeling u nodig heeft. 

 

Afdeling

Urologie

Lees meer

Meer over

Er zijn twee soorten blaastumoren: oppervlakkig groeiende tumoren en ingegroeide tumoren.

Oppervlakkig groeiende tumoren

De oppervlakkig groeiende tumor wordt ook wel een poliep genoemd. Een poliep heeft de vorm van een paddenstoel en zit met een steeltje vast aan de blaaswand. In het begin is de tumor oppervlakkig en kan meestal gemakkelijk worden verwijderd. Helaas kunnen blaaspoliepen terugkomen, nadat ze zijn weggehaald. Daarom zal uw blaas na de operatie regelmatig worden gecontroleerd. Soms wel voor de rest van uw leven.

Ingegroeide tumoren

Een ingegroeide tumor wordt ook wel een ‘invasief groeiende tumor’ genoemd. De tumor is dan ingegroeid in de blaasspier. Daarom is deze vaak moeilijker te verwijderen. Vaak is na de operatie verdere behandeling nodig om de tumor helemaal te verwijderen. Dit kan door een operatie waarin de blaas wordt verwijderd en/of met bestraling. Als u een ingegroeide tumor heeft, bespreekt uw uroloog met u welke aanvullende behandeling u nodig heeft.

Voorbereiding

  • U krijgt voorbereidende medicijnen voor de verdoving.
  • Zorg dat u voor de operatie nog even plast, zodat uw blaas leeg is.
  • Meestal krijgt u ongeveer drie kwartier voor de operatie een tabletje om wat rustig te worden.
  • U krijgt operatiekleding aan.
  • Zo nodig wordt u geschoren op de plek waar u wordt geopereerd.
  • U mag geen bril, contactlenzen, hoortoestel of sieraden dragen als u onder volledige narcose (verdoving) wordt geopereerd.
  • U wordt in uw bed naar de operatieafdeling gebracht.
  • U krijgt een infuus voor extra vocht en medicijnen.
  • U krijgt een soort knijper op uw vinger om de hoeveelheid zuurstof in het bloed te meten.
  • Uw bloeddruk wordt gemeten.
  • U krijgt elektroden op uw borst om uw hartritme te kunnen controleren tijdens de operatie.

 

Behandeling

  • Op de operatiekamer ligt u op de operatietafel met uw benen in de beensteunen.
  • Allereerst wordt de kijkbuis in de plasbuis gebracht. Hiermee kan de uroloog de binnenkant van de blaas bekijken.
  • Daarna brengt hij of zij door de kijkbuis een metalen draadje in. Hiermee wordt via elektrische stroom de tumor laag voor laag weggehaald tot het gezonde blaasslijmvliesweefsel is bereikt. Bij het weghalen ontstaat een wond in de blaas.
  • Tussendoor wordt de blaas steeds leeggemaakt. Hierbij komen de losgemaakte deeltjes van de tumor mee naar buiten. Kleine bloedinkjes worden dichtgeschroeid met het stalen draadje.
  • Na verwijdering van de tumor wordt de blaas nogmaals goed gespoeld.
  • U krijgt een katheter (een dun slangetje) in de blaas omdat de urine na de operatie meestal bloederig is.

Na behandeling

  • Direct na de operatie heeft u een slangetje (katheter) in de blaas. Deze katheter is meestal aangesloten op een continu blaasspoelsysteem. Hiermee worden eventuele nabloedingen weggespoeld.
  • Om te voorkomen dat het bloed in de blaas gaat klonteren, is het belangrijk dat u veel drinkt.
  • De uroloog beslist of u in aanmerking komt voor een éénmalige blaasspoeling met het cytostaticum Mitomycine-C. 
  • Via de katheter loopt de urine uit de blaas in een zak. U hoeft dan niet zelf te plassen. Een enkele keer kan het slangetje het gevoel geven dat u constant moet plassen. Bij mannen kan het slangetje ook pijn veroorzaken aan de top van de penis. Dit wordt ‘blaaskramp’ genoemd. Als u last heeft van blaaskramp, zeg dit dan tegen de verpleegkundige. 
  • De katheter wordt meestal de eerste dag na de operatie verwijderd als de urine helder is.
  • U heeft een infuus in uw hand of arm. Als u na de operatie weer normaal kunt eten en drinken, wordt het infuus eruit gehaald. Dit is meestal de eerste dag na de operatie.

Het weefsel dat uit uw blaas is verwijderd, wordt in het laboratorium onderzocht door een patholoog (medisch specialist). De uitslag is na twee weken bekend. 

Contact

Heeft u nog vragen, stel deze dan gerust. De medewerkers van de afdeling Urologie geven u graag meer informatie. 

  • Polikliniek Urologie (0344) 67 40 40 – maandag tot en met vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur 's ochtends en van 14.00 tot 16.00 uur 
    's middags. Buiten kantoortijden of in het weekend kunt u de dienstdoende uroloog bereiken via de receptie.