Blaasfunctiemeting (Urodynamisch onderzoek)

Binnenkort wordt u op de polikliniek Urologie verwacht voor een blaasfunctiemeting. U meldt zich op de afgesproken tijd aan de balie van de polikliniek Urologie, volg route 12. Ook levert u uw urine in voor onderzoek. Hierna neemt u plaats in de wachtkamer. Zodra u aan de beurt bent, wordt u opgehaald. In de informatie leest u over het onderzoek en hoe u zich hierop kunt voorbereiden. De informatie is een aanvulling op de gesprekken die u heeft met uw uroloog. Natuurlijk kunt u altijd contact opnemen met de afdeling Urologie als u vragen heeft. 

Afdeling

Urologie

Lees meer

Meer over

Een blaasfunctiemeting is een inwendig onderzoek om te kijken waar uw plasklachten vandaan komen (urodynamisch onderzoek). Misschien kunt u moeilijk plassen (obstructie) of verliest u ongewild urine (incontinentie). Nadat uw blaasfunctie is gemeten, kan de uroloog u een gerichte behandeling geven. De meting wordt meestal gedaan door een verpleegkundige.

Wat wordt er gemeten met een blaasfunctiemeting?

Met dit onderzoek wordt de functie van uw blaas onderzocht. Via de plasbuis en de endeldarm worden dunne slangetjes ingebracht. Met de slangetjes wordt het volgende gemeten:

  • de blaasinhoud
  • de blaasdruk
  • de afsluiting van de blaas
  • eventueel urineverlies
  • de snelheid waarmee de urine uitstroomt
  • de spanning in de bekkenbodemspieren.

Voorbereiding

  • U komt met een volle blaas naar het ziekenhuis. Behalve als u een katheter heeft of als u ernstig urineverlies heeft.
  • U stopt met de medicijnen die voor de blaas zijn voorgeschreven, behalve als het anders staat vermeld.
  • Antibiotica en andere medicijnen kunt u gewoon blijven gebruiken.
  • Het is belangrijk dat u de ochtend van het onderzoek heeft gepoept. Gebruik hiervoor eventueel de dulcolax zetpil (bisocadyl).

Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten. 


  • Uw bovenkleding kunt u aanhouden, uw onderkleding moet u wel uittrekken. Draag daarom kleding die u gemakkelijk kunt aan- en uittrekken.
  • U ligt met opgetrokken en gespreide benen op de onderzoekstafel.
  • Uw vagina/uw penis wordt schoongemaakt met een ontsmettende vloeistof.
  • De verpleegkundige brengt een dun slangetje (katheter) via de plasbuis in de blaas.
  • Het restje urine dat nog in de blaas aanwezig is wordt gemeten via de katheter.
  • Ook krijgt u een dun drukkathetertje in de blaas. Hiermee wordt de druk in uw blaas en plasbuis gemeten.
  • Er wordt een klein slangetje via de anus in de endeldarm ingebracht. Hiermee wordt de druk in de buik gemeten.
  • Het inbrengen van de slangetjes kan onaangenaam voelen, maar is niet pijnlijk.
  • Om te zorgen dat de slangetjes op hun plaats blijven, worden ze op uw huid vastgeplakt met pleisters.
  • Op uw billen worden elektrodenplakkers vastgemaakt. Met de plakkers wordt de activiteit van de bekkenbodemspieren gemeten.

In de volgende situaties kunt u contact met ons opnemen

  • U heeft constante pijn die niet overgaat. Ook niet door het nemen van pijnstillers of vier keer per dag twee tabletten paracetamol van 500 mg.
  • U heeft koorts boven de 38.5°C of u heeft langer dan 24 uur koorts boven de 38°C.
  • U kunt moeilijker plassen.

Onderzoek

Het onderzoek vindt bijna altijd in zittende houding plaats.

  • Via het slangetje in de blaas wordt uw blaas gevuld met steriel water.
  • Tijdens het vullen wordt de druk in uw blaas gemeten. Met de drukkatheter in de endeldarm wordt de druk in uw buik gemeten.
  • Zodra u de eerste aandrang voelt om te plassen, moet u dit aangeven.
  • Tijdens het onderzoek moet u een paar keer hoesten of persen. Vooral als u last heeft van ongewild urineverlies (incontinentie).
  • Uw blaas wordt verder gevuld, totdat u aangeeft dat u uw plas niet meer kunt ophouden. Dan wordt het vullen gestopt.
  • U moet uitplassen langs het slangetje in de blaas, als de verpleegkundige hierom vraagt.
  • De functie van de sluitspier wordt gemeten door de blaaskatheter langzaam uit de blaas te trekken.
  • De slangetjes en plakkers worden weggehaald als het onderzoek is afgelopen.

Na onderzoek

Wat kunt u verwachten?

  • U kunt op de dag van het onderzoek een pijnlijk en branderig gevoel hebben tijdens en na het plassen.
  • U kunt het gevoel hebben dat u constant moet plassen. Dit komt omdat uw plasbuis geïrriteerd is door de slangetjes. Het is mogelijk dat u deze klachten een paar dagen blijft houden. U hoeft zich hier geen zorgen over te maken.
  • Soms verliest u bloed via de plasbuis of krijgt u een urineweginfectie. Ook als u al antibiotica gebruikte.
  • Na het onderzoek moet u extra veel drinken.

De uitslag

De uroloog bespreekt met u de uitslag van het onderzoek. Eventueel krijgt u hiervoor een afspraak.

Naar huis

Na het onderzoek kunt u naar huis met uw eigen auto of met het openbaar vervoer. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan gerust. De medewerkers van de afdeling Urologie geven u graag meer informatie. 

Afspraak verzetten

Het kan gebeuren dat u een afspraak moet verzetten. Geef dit alstublieft zo snel mogelijk aan ons door. We maken dan een nieuwe afspraak en kunnen de vrijgekomen tijd reserveren voor een andere patiënt.

  • Polikliniek Urologie (0344) 67 40 40 – van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 12.00 en van 13.00 tot 16.30 uur. Buiten kantoortijden of in het weekend kunt u de dienstdoende uroloog bereiken via de receptie.