Ziekenhuis Rivierenland Kletsen tijdens de handoperatie

Robby Kleijnen: “Ik had al een tijdje klachten aan mijn rechterhand, mijn werkhand. Als constructieschilder kon ik daardoor niet goed meer werken. Het voelt alsof je een dode hand hebt, als je het dan afslaat is het even weg."

"Maar het nare gevoel kwam steeds weer terug. Dus naar de huisarts. Daar was het vermoeden al dat het om een carpaal tunnelsyndroom ging. Door de coronapandemie duurde het even voor ik terecht kon voor een afspraak. Zo kwam ik op de CTS-poli bij dokter Schouten. Eerst kreeg ik een verdoving in mijn pols, dat moest even inwerken. Daarna kwam ik op een behandelkamer op een bed te liggen. Mijn arm werd opzij gelegd en terwijl de dokter met de ingreep begon, hebben we gezellig zitten kletsen. De tijd ging heel snel, het was zo gepiept. Ik kreeg er een soort tape om, een mitella was niet nodig. Hij drukte mij op het hart om te bellen als er thuis iets zou zijn. Maar het ging prima. De eerste dag had ik nog wel pijn, toen de verdoving was uitgewerkt. Vanaf de tweede dag ben ik oefeningen gaan doen. Dan wordt de hand niet stijf. En nu ben ik weer aan het werk. De hechtingen zijn vanzelf opgelost, daar zie je bijna niets meer van. Ik ben heel blij hoe het is gegaan.”