Artrose

Artrose is een reumatische aandoening waarbij zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het kraakbeen in de gewrichten afneemt. Vroeger dacht men dat dit het gevolg was van slijtage en dus van ouderdom, maar nu weet men dat verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan van artrose. Hoewel ouderdom één van die factoren is, kan de aandoening zelfs op jonge leeftijd ontstaan. Artrose kan in alle gewrichten voorkomen maar er zijn gewrichten waar het vaker voorkomt zoals nek, onderrug, knieën, heupen, duim en vingers.

Hoe ziet het behandeltraject eruit?

Hoe ziet het behandeltraject eruit?

Afdeling

Reumatologie

Lees meer

Meer over

In een gewricht bewegen botten ten opzichte van elkaar. De uiteinden van die botten zijn omgeven met gewrichtskraakbeen dat verschillende belangrijke functies heeft: het zorgt ervoor dat de bottenuiteinden niet over elkaar heen schuren, dat druk op het gewricht wordt verdeeld en het fungeert als schokdemper.

In het gewricht zit ook vloeistof, synoviale vloeistof, die het kraakbeen van voedsel voorziet en zorgt voor smering. De vloeistof moet worden rondgepompt om zijn werkt goed te kunnen doen en dat gebeurt door drukverschillen op het gewricht, bijvoorbeeld tijdens het lopen. Het gewrichtskapsel en de banden houden het gewricht stabiel door de botten goed bij elkaar te houden. De spieren zitten met pezen vast aan de botten en zorgen zo voor beweging.

Over de oorzaken van artrose is nog veel onduidelijk. Het kan zijn dat artrose een duidelijk aanwijsbare oorzaak heeft, bijvoorbeeld wanneer een gewricht door een ongeluk of ziekte is beschadigd. We noemen dit secundaire artrose. Het komt vaker voor dat er niet één duidelijke oorzaak is, maar waarschijnlijk een combinatie van oorzaken en dan spreekt men van primaire artrose.

Een aantal oorzaken op een rij:

  • Langdurige zware belasting van de gewrichten, door bijvoorbeeld overgewicht, intensief sporten of zware (hand)arbeid.
  • Langdurig niet bewegen. Om het kraakbeen goed doorvoed te houden is beweging noodzakelijk.
  • Leeftijd. Kraakbeen slijt door het gebruik voortdurend, maar wordt ook voordurend aangemaakt. Met het ouder worden wordt de aanmaak van nieuw kraakbeen minder.
  • Ontsteking van het gewricht oftewel artritis. Deze ontsteking kan ontstaan door een vorm van ontstekingsreuma zoals reumatoïde artritis of jicht, maar ook door bacteriën, overbelasting of letsel.
  • Door letsel aan het gewricht zelf of aan de banden. Letsel aan de banden kan er voor zorgen dat een gewricht onstabiel wordt en de botten meer speelruimte krijgen waardoor het kraakbeen sneller afslijt.
  • Verkeerde belasting, bijvoorbeeld een verkeerde zithouding. Lengteverschil tussen de benen kan zorgen voor artrose in onder andere de rug, heupen en knieën.
  • Door een aangeboren afwijking aan een heupgewricht. Tegenwoordig worden alle baby's op een dergelijke standsafwijking gecontroleerd.
  • Erfelijkheid. Deze oorzaak is vaak te herkennen door een snelle afbraak van gewrichtskraakbeen op jonge leeftijd.

Leven met artrose

Het is moeilijk om te voorspellen hoe uw leven beïnvloed zal worden door de artrose omdat de aandoening van patiënt tot patiënt kan verschillen. Sommige mensen hebben weinig pijn, anderen juist veel. Zijn er veel gewrichten aangedaan of betreft het slechts één gewricht? Verslechtert de situatie snel of traag?

Naast de artrose spelen nog andere factoren een rol, bijvoorbeeld eventuele andere ziekten, steun van familie en vrienden of uw mentale veerkracht. Iedere situatie is anders. Schroom niet om uw situatie en zorgen met uw arts te bespreken. U bent niet de enige.

 

Klachten

In het algemeen wordt artrose met het verstrijken van de jaren erger en zullen ook de klachten langzaam toenemen. Dat wil niet zeggen dat iedere patiënt uiteindelijk de ergste vorm van artrose zal krijgen, want bij sommige mensen komt de ziekte vrijwel tot stilstand.

Klachten worden overigens niet alleen veroorzaakt door de artrose zelf, maar ook door botwoekeringen (osteofyten) die ontstaan als een reactie op de artrose.
Het lichaam probeert de druk op de botten in de gewrichten te verdelen door het botoppervlak te vergroten, maar helaas veroorzaken die uitsteeksels extra problemen.
Hoeveel of hoe snel u klachten krijgt is moeilijk te voorspellen.

  • Pijn: de pijn ontstaat door het minder worden van de smering in het gewricht, botuiteinden die over elkaar schuren, ontstekingen of botwoekeringen. In de rug kunnen die botuitsteeksels zorgen voor beknelde zenuwen, waardoor pijn, gevoelloosheid of krachtsverlies kan optreden. De pijn kan gedurende de dag erger worden, maar ook optreden na rust of stilzitten. We noemen dat startpijn. In een vergevorderd stadium kan er ook in rust pijn zijn.
  • Stijfheid: na een periode van rust of 's ochtends bij het opstaan kan het gewricht stijf zijn. Als u een tijdje in beweging bent, wordt het gewricht weer soepeler.
  • Instabiliteit van het gewricht: als u minder gaat bewegen worden uw spieren slapper waardoor uw gewrichten minder ondersteuning krijgen en instabieler kunnen worden. Hierdoor wordt het gewricht nog meer belast.
  • Door de artrose kan een lichte ontsteking in het gewricht ontstaan. Hierdoor kan het gewricht gaan zwellen en warm aanvoelen. Langdurige ontstekingen kunnen het gewricht beschadigen.
  • Krakend geluid (crepitatie) bij het bewegen. Dit kan overigens ook bij gezonde gewrichten voorkomen.
  • Veranderde lichaamsstand, bijvoorbeeld naar binnen gekeerde knieën. De botten kunnen ernstig vergroeid en vervormd zijn. Dit is een teken van ernstige osteoporose.

Onderzoeken

  • Lichamelijk onderzoek: de arts onderzoekt welke bewegingen pijnlijk zijn of er afwijkingen in uw houding te zien zijn en of er zwellingen zijn. Het is belangrijk dat u uw klachten goed kunt omschrijven, bijvoorbeeld wanneer uw klachten het ergst zijn.
  • Röntgenfoto: soms wordt er een röntgenfoto gemaakt, maar die kan niet altijd informatie geven.
    Kraakbeen is op de foto niet te zien, maar de ruimte tussen twee botuiteinden vertelt iets over de dikte van het kraakbeen. Het vertelt echter niets over de kwaliteit ervan. U kunt dus klachten hebben terwijl de foto een gezond beeld geeft.
    De botwoekeringen als gevolg van de artrose zijn wel op de foto te zien.
  • Bloedonderzoek: bloedonderzoek kan niets vertellen over de artrose zelf, maar wel over andere aandoeningen die artrose kunnen veroorzaken, zoals reumatoide artritis. Ook kunnen andere mogelijke oorzaken voor uw klachten via het bloedonderzoek worden uitgesloten. 

Behandelingen

Artrose kan niet worden genezen, maar de functie van het gewricht kan wel worden behouden en de klachten kunnen worden verlicht. Bij uw behandeling kunt u veel verschillende (para)medici tegenkomen. Een groot gedeelte van uw behandeling zal door de huisarts worden aangestuurd.

Zonder operatie (conservatieve behandeling)

  • Bewegen: zonder beweging worden gewrichten nog stijver en pijnlijker en kunnen spieren verzwakken, waardoor het gewricht zijn stabiliteit verliest. Het is belangrijk soepele bewegingen te maken, zonder plotselinge, zware belasting. Goede activiteiten zijn wandelen, fietsen of zwemmen.
    Een fysio- of oefentherapeut kan u oefeningen en adviezen geven.
  • Afvallen in combinatie met bewegen: overgewicht vormt een ernstige belasting van de gewrichten in heupen en knieën. Afvallen is daarom heel belangrijk in combinatie met bewegen.
  • Gezond leven: voldoende drinken, matig met alcohol, gezonde gevarieerde voeding en niet roken.
  • Simpele pijnstillers: deze medicijnen zorgen alleen voor een snelle kortdurende pijnbestrijding. Voorbeelden zijn paracetamol of Voltaren-creme (een crème met een ontstekingremmen/pijnstillend middel erin verwerkt).
  • Ontstekingsremmende pijnstillers: NSAID (Non-Steroid Anti Inflammatory Drugs). NSAID’s worden voorgeschreven als simpele pijnstillers niet voldoende werken. Deze hebben echter wel meer bijwerkingen. Overleg voor u deze middelen gebruikt altijd eerst met uw arts in verband met wisselwerking met andere medicijnen, zwangerschap en borstvoeding.
  • Corticosteroïden (bijnierschorshormonen): dit wordt toegediend door injecties rechtstreeks in een ontstoken gewricht. Zo’n injectie vermindert de pijn en remt de ontsteking, maar de klachten kunnen na een aantal weken of maanden terugkomen.
  • Hyaluronzuur: dit middel wordt soms gebruikt door orthopedisch chirurgen en rechtstreeks in meestal de knie geïnjecteerd. Het middel verbetert onder andere de vloeibaarheid van het vocht in het gewricht waardoor bewegingen minder pijn doen. Het middel kent weinig bijwerkingen en moet eens in de 3 tot 5 weken ingespoten worden. Uw ziektekostenverzekering moet vooraf toestemming geven omdat het een zeer duur middel is.
  • Als geen enkel pijnstillend medicijn voldoende werkt kunt u een bezoek aan een pijnkliniek overwegen. Daar kan men met behulp van injecties zenuwen blokkeren en zo de doorgifte van het pijnsignaal stoppen. Vraag uw huisarts om informatie.
  • Crèmes die een warmtereactie geven kunnen uw pijn verminderen. Voor de werking van SRL-crème, een homeopathisch middel, is nooit wetenschappelijk bewijs geleverd, maar sommige patiënten ondervinden enige verlichting.
  • Voedingssupplement glucosamine: dit is een stof die door uw lichaam wordt aangemaakt en onder andere voorkomt in kraakbeen en gewrichtsvloeistof. Als u ouder wordt gaat uw lichaam minder glucosamine aanmaken. Het is echter niet bewezen dat innemen van dit voedingssupplement ook bijdraagt tot meer glucosamine in uw gewrichten. Het middel wordt niet vergoed.

Operatieve behandeling

Wanneer conservatieve behandelingen niet het beoogde doel bereiken kan een operatieve ingreep overwogen worden. Er zijn vele mogelijkheden, bijvoorbeeld het schoonmaken, vastzetten of compleet vervangen van een gewricht. U kunt voor een dergelijke behandeling doorverwezen worden naar de orthopedisch chirurg of de hand/ pols-chirurg.