Darmfalen: voedingsadviezen bij een high output fistel

De darmen bestaan uit de dunne en de dikke darm. De dunne darm neemt voeding en vocht op. De dunne darm is gemiddeld 4 tot 8 meter lang en is verdeeld in drie gedeeltes: het duodenum, het jejunum en het ileum. Elk deel heeft zijn eigen rol in de opname van voedingsstoffen en vocht. De dikke darm is ongeveer 1 tot 1,5 meter lang en kan zout en water opnemen.

Als een deel van de dunne darm is verwijderd, probeert het overgebleven deel zich aan te passen aan deze verandering. Daardoor kan de achtergebleven darm ‘leren’ om de functie over te nemen van het stuk dat verwijderd is. Het duurt even voordat de achtergebleven dunne darm zich heeft aangepast. Tot die tijd worden voedingsstoffen, vocht, vitamines en mineralen misschien niet zo goed opgenomen als voor uw darmoperatie. Dit noemen we ‘darmfalen’. Het gevaar van darmfalen is dat u last kunt krijgen van uitdroging. Het is belangrijk dat u de symptomen van uitdroging gaat herkennen. De symptomen zijn: dorst, minder plassen, vermoeidheid, krampen, duizeligheid bij het opstaan, droge huid, of donkere kringen onder uw ogen. Bij een zouttekort kunt u ook misselijk of verward zijn. Neem bij deze symptomen zo spoedig mogelijk contact op met uw behandelend arts.

Sommige patiënten met darmfalen hebben een stoma, maar niet alle patiënten met een stoma hebben ook darmfalen. De adviezen voor een patiënt met een dunne darmfistel en darmfalen, verschillen van de adviezen voor patiënten met een ‘gewoon’ dunne darm stoma.

Hoe ziet het behandeltraject eruit?

Hoe ziet het behandeltraject eruit?

Afdeling

Diƫtetiek

Lees meer

Meer over

Voeding

  • Eet zes tot acht maaltijden per dag. Vaker eten helpt uw dunne darm om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Eet langzaam en kauw goed.
  • Drink maximaal een half glas bij het eten. Als u veel gaat drinken bij de maaltijd passeert de maaltijd sneller door uw dunne darm. Daardoor kunt u niet genoeg voedingsstoffen opnemen. Drink liever tussen de maaltijden door.
  • Gebruik producten die rijk zijn aan eiwit, zoals: vlees, vis, melkproducten en eieren.
  • Indien een groot deel van het jejunum is verwijderd, kan het zijn dat u melkproducten minder goed verdraagt. Het probleem wordt veroorzaakt doordat u de melksuiker (lactose) minder goed kunt verteren. Hierdoor kan de diarree verergeren. De arts of diëtist zal met u bespreken of het voor u beter is om (tijdelijk) melkproducten weg te laten of te vervangen.
  • Gebruik veel koolhydraten in de vorm van wit brood, ontbijtgranen (niet de vezelrijke of fibre producten), aardappelen, witte rijst en pasta.
  • Vet is een goede energiebron, u mag hiervan ruim gebruik maken.
  • Gebruik weinig suiker, honing en vruchtensap, deze kunnen de diarree doen verergeren.
  • Eet vooral gekookte groenten. Rauwkost kunt u waarschijnlijk minder goed verteren op dit moment.
  • Wij adviseren u om een multivitamine- en mineralen supplement te gebruiken, overleg met de verpleegkundig specialist welke u het best kunt nemen.
  • Gebruik oplosbare vezels in de vorm van psylliumvezels. Deze binden het vocht en vertragen de passage in de darm. Op de verpakking staat dat men veel moet drinken bij het gebruik van deze vezels. Dit advies geldt echter niet voor u!
  • Houd uw gewicht in de gaten. Weeg uzelf minstens één keer per week. Indien u snel veel gewicht kwijtraakt, wijst dat meestal op een vocht tekort. Langzamer gewichtsverlies wijst op een tekort aan voeding.

Vocht

  • Bij een persoon met darmfalen wordt het meeste water niet opgenomen door de darm en meteen weer uitgescheiden. Als dat gebeurt krijgt u steeds meer dorst omdat u zout verliest en uitgedroogd raakt. Hoe meer water u drinkt, hoe meer u uitdroogt!
  • Beperk het gebruik van hyper- en hypotone dranken. Voorbeelden van hypertone dranken zijn: vruchtensap, zoete melkproducten, frisdranken met suiker, drinkvoeding. Voorbeelden van hypotone dranken zijn: water, thee, koffie, light-frisdrank. Vooral de hypotone dranken leiden tot een hogere output van ontlasting. 
  • Isotone sportdranken bevatten ongeveer dezelfde hoeveelheid suikers als het bloed, maar zij bevatten echter weinig zout. Voorbeelden van isotone sportdranken zijn AA- Drink Isotone (voorkeur), Extran Hydro, Aquarius (niet de Zero Lemon!), Isostar Hydrate & Perform en Gatorade. Het gebruik van deze dranken is dus niet onbeperkt, maar de isotone dranken hebben wel de voorkeur boven hypo- en hypertone dranken.
  • De arts/diëtist maakt voor u een plan waarin staat hoeveel u ‘vrij’ mag drinken. Meestal is dat 500 of 1000 ml. Deze hoeveelheid mag u vrij invullen en wordt in de regel aangevuld met zoutrijke dranken en/of ORS.
  • Voorbeelden van zoute dranken zijn: bouillon, soep, cup à soup, tomatensap of groentesap met toegevoegd zout.
  • ORS is een drank die wordt bereid door zakjes poeder op te lossen in water. Het product is verkrijgbaar bij de apotheek en drogist. ORS heeft een zodanige samenstelling dat het snel opgenomen wordt in het lichaam. Probeer minimaal 500-1000 ml ORS per dag te gebruiken (verdeeld over de dag). Meer mag ook: ORS mag onbeperkt gedronken worden.
  • Let op dat u genoeg blijft plassen. Let ook op dat de kleur van uw urine niet te donker wordt.