Jicht

We spreken van jicht wanneer er in en rond een gewricht urinezuurkristallen ontstaan. Dit kan een zeer pijnlijke ontstekingsreactie veroorzaken. Het lichaam ziet de urinezuurkristallen als indringer, waarbij het afweersysteem zal proberen dit op te ruimen. Het gewricht raakt plotseling heel heftig ontstoken. Dit gaat gepaard met veel pijn, roodheid, zwelling en warmte van het gewricht en is minder goed te bewegen. Zonder behandeling kan het gewricht op den duur beschadigd raken.

De kristallen vormen zich meestal in het basisgewricht van de grote teen, daar waar de voet overgaat in de teen, maar jicht kan ook op andere plaatsen ontstaan, bijvoorbeeld bij voorkeur in gewrichten waar artrose (gewrichtsslijtage)zit. Ook kunnen neergeslagen urinezuur kristallen af en toe jichtknobbels veroorzaken.

De ziekte kan geleidelijk ontstaan, maar ook met een plotselinge aanval. Soms blijft het bij een enkele aanval, maar meestal volgen meer aanvallen en wordt de ziekte chronisch.
Gelukkig is jicht goed te behandelen. Jicht komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en ontstaat bij mannen meestal tussen het 40ste en 50ste levensjaar en bij vrouwen na de overgang.

Hoe ziet het behandeltraject eruit?

Hoe ziet het behandeltraject eruit?

Afdeling

Reumatologie

Lees meer

Meer over

Het is onbekend waarom iemand de ziekte jicht krijgt. Meestal slaan de kristallen neer in een gewricht door een verhoogde hoeveelheid urinezuur in het bloed. Urinezuur is een afvalproduct dat vrijkomt bij de afbraak van purine. Purine is een eiwit die van nature voorkomt in het lichaam en daarnaast ook in eiwitrijk voedsel en alcohol zit.

De twee belangrijkste redenen voor het ontstaan van een verhoogde hoeveelheid urinezuur in het bloed zijn: een slechte afvoer van het urinezuur waardoor het zich ophoopt of een grote hoeveelheid purine in het bloed waardoor, na afbraak, een grote hoeveelheid urinezuur ontstaat.

Oorzaken van een slechte afvoer

  • Onvoldoende werking van de nieren.
  • Verstoorde vochthuishouding in uw lichaam (uitdroging), bijvoorbeeld door het gebruik van plaspillen of overmatig alcoholgebruik.

Oorzaken van een verhoogde hoeveelheid purine

  • Het eten van purinerijk voedsel: dit veroorzaakt een tijdelijke verhoging van de hoeveelheid urinezuur in het bloed. Een gezonde stofwisseling heeft geen problemen met zo'n tijdelijke toename, maar heeft u aanleg voor jicht dan kan zo'n toename net te veel zijn en een aanval veroorzaken.
  • Alcoholgebruik
  • Overgewicht
  • Ziekten die een snelle afbraak van cellen veroorzaken, zoals psoriasis of kanker
  • Chemotherapie

Jicht is niet levensbedreigend en tegenwoordig zeer goed te behandelen. Bij chronische jicht is meestal nodig uw leven lang medicijnen te gebruiken en het is verstandig wat leefregels in acht te nemen.

Hieronder enkele tips:

  • Vermijd voeding met veel purines, bijvoorbeeld orgaanvlees, wild, bepaalde vissoorten, peulvruchten en spinazie. Uw arts of verpleegkundig reumaconsulent kan u hierover meer vertellen.
  • Drink voldoende water.
  • Vermijd (overmatig) alcoholgebruik.
  • Beperk cola gebruik.
  • Voorkom overmatig eten en overgewicht.
  • Indien u af wilt vallen, doe dit dan op een rustig tempo.
  • Houd in de gaten hoe gevoelig u voor sommige dingen bent. Wat heeft u de dag voor de jichtaanval gegeten en gedronken.
  • Tijdens een aanval kan rust en koelen met ijs de pijn verminderen.

Jicht gaat soms samen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. U kunt dit met uw huisarts bespreken. Voor meer informatie:

Klachten

Jichtaanval

De jichtaanval wordt gekenmerkt door plotselinge, ernstige pijn, zelfs de lichtste aanraking van een laken kan al teveel zijn. Het gewricht wordt dik en rood en de huid voelt strak en warm aan. Het gewricht is hierdoor niet meer goed te gebruiken.

Geleidelijk beginnende jicht

Het gewricht doet pijn, is stijf en gezwollen. Deze symptomen lijken erg op artrose of reumatoïde artritis en daarom kan het even duren voordat de juiste diagnose is gesteld.

Een duidelijk bewijs van jicht is er als er urinezuurkristallen worden gevonden tijdens een gewrichtspunctie. Het verloop van jicht is heel wisselend en verschilt van persoon tot persoon. Soms blijft het bij één enkele aanval, maar vaker komt het in meer aanvallen en bij meer gewrichten voor.

Chronische jicht

Als er sprake is van meerdere aanvallen per jaar dan spreekt men over chronische jicht. Door de aanhoudende ophoping van urinezuur kunnen uiteindelijk jichtknobbels ontstaan.
Jichtknobbels, zogenaamde tofi, zijn ontsierende verdikkingen die ontstaan door de ophoping van urinezuur in het gewricht. Voorkeursplekken zijn aan de oorschelp, vingers en tenen. Daarnaast kan urinezuur neerslaan in de nieren en daar problemen geven zoals nierstenen. Uiteindelijk kunnen de gewrichten beschadigd en misvormd raken. Met een juiste en tijdige behandeling is dit eigenlijk altijd te voorkomen

Onderzoeken

  • Uw verhaal en een algemeen lichamelijk onderzoek.
  • Een gewrichtspunctie: met een naald haalt de arts wat vocht uit het ontstoken gewricht. In dit vocht moeten de urinezuurkristallen gevonden kunnen worden. Soms vindt men kalkkristallen en heeft u pseudo-jicht. Dit is een andere ziekte: de klachten zijn identiek, maar de oorzaak en behandeling zijn anders.
  • Bloedonderzoek: uw bloed wordt op de volgende dingen onderzocht:
  1. De hoeveelheid urinezuur. Bij sommige mensen met jicht kan dit een duidelijke aanwijzing zijn. Tijdens de behandeling is deze meting belangrijk om te weten of de medicijnen aanslaan.
  2. Aanwijzingen van een ontsteking. Tijdens een aanval zullen in het bloed aanwijzingen voor een ontstekingsreactie te vinden zijn en kan zelfs de heftigheid van de ontsteking gemeten worden.
  3. Nierfunctie.
  • Een röntgenfoto kan nodig zijn om andere aandoeningen uit te sluiten of om gewrichtsschade vast te stellen.

Behandelingen

De behandeling is gericht op het tegengaan van de aanwezige ontsteking, het voorkomen van nieuwe ontstekingen en het verlagen van het urinezuurgehalte in uw bloed. Naast het gebruik van medicatie is de behandeling gericht op leefstijl om de kans op een jichtaanval te verlagen.

Medicijnen

  • Ontstekingsremmende pijnstillers: NSAID's (Non-Steroid Anti Inflammatory Drugs). Hun ontstekingsremmende werking helpt bij het voorkomen van (meer) schade aan het gewricht. De bijwerkingen zijn echter ernstig, ze kunnen bijvoorbeeld de nierfunctie verminderen en dat is juist bij jicht heel ongewenst. Dit kan voor uw arts een reden zijn om deze medicijnen te vermijden.
  • Colchicine: de werking van colchicine bij jicht berust op het remmen van de aantrekking van een bepaald type witte bloedcel. Hierdoor kan de ontsteking die de klachten van jicht veroorzaakt zich niet ontwikkelen. Het heeft een snelle ontstekingsremmende en pijnstillende werking en wordt alleen gebruikt voor jichtaanvallen. Bij hogere dosering kan dit middel maag/darm problemen geven zoals diarree.
  • Corticosteroïden: deze middellen worden alleen toegepast bij een ernstige en acute aanval. Meestal geeft de arts het middel via een injectie rechtstreeks in het gewricht. Vanwege de bijwerkingen wordt dit niet als een basisbehandeling voorgeschreven.
  • Middelen om de hoeveelheid urinezuur in het bloed te verlagen. Deze medicatie zorgt ervoor dat niet alle purines in het bloed worden afgebroken, zodat er minder urinezuur ontstaat. Een voorbeeld van zo'n middel is allopurinol. Als u chronische jicht heeft zult u de rest van uw leven een dergelijk middel moeten slikken om volgende aanvallen te voorkomen.

Een andere manier is het vergroten van de uitscheiding van urinezuur door bijvoorbeeld benzbromaron. Dit middel wordt alleen voorgeschreven als allopurinol niet voldoende effect heeft, of als u bijwerkingen ervaart. Allopurinol kan in het begin van de behandeling een verhoogde kans geven op een jichtaanval en wordt daarom niet gestart tijdens een jichtaanval.
Stop nooit zomaar met urinezuurverlagende medicatie, ook niet tijdens een jichtaanval. Dit kan weer een aanval uitlokken of verergeren.

Aanpassing overige medicatie: Soms kunnen medicijnen die u voor een andere aandoening gebruikt het urinezuurgehalte in uw bloed beïnvloeden, bijvoorbeeld plaspillen. In sommige gevallen is het mogelijk voor deze middelen een alternatief te vinden. U moet nooit zonder overleg met uw huisarts of specialist uw medicatie veranderen of stoppen.