U wordt binnenkort geopereerd aan een vernauwing of afsluiting van een slagader in het been. Dit heeft u met uw arts besproken. In deze folder leest u hoe de operatie verloopt. Het kan zijn dat uw situatie anders is dan in deze folder staat.
Oorzaken
Een bloedvat kan nauwer worden. Dit heet een vernauwing. U merkt dit vaak pas als het bloedvat voor meer dan de helft dicht zit. Door de vernauwing stroomt er minder bloed door het bloedvat. Hierdoor krijgt een deel van uw lichaam minder bloed.
De arts kan dit onderzoeken. De arts kijkt:
- Hoe erg de vernauwing is.
- Hoe lang het vernauwde deel is.
De vernauwing ontstaat door ophoping van vet en kalk in het bloedvat.
Dit heet aderverkalking. Dit betekent dat het bloedvat nauwer en stijver wordt.
De kans op aderverkalking is groter door:
- Roken.
- Hoge bloeddruk.
- Suikerziekte.
- Overgewicht.
- Te veel cholesterol in het bloed.
Symptomen
Door een vernauwing of afsluiting komt er minder bloed in uw been. Hierdoor krijgt u pijn in uw been als u loopt. De pijn gaat meestal weg als u even rust. Dit heet etalagebenen.
Behandeling
De arts begint meestal zonder operatie. Dit heet een behandeling zonder operatie.
U krijgt adviezen voor een gezonde leefstijl. U krijgt het advies om:
- Elke dag te lopen.
- Te oefenen met een fysiotherapeut.
- Te stoppen met roken.
Blijven uw klachten? Dan bespreekt de arts met u wat nodig is.
Onderzoek en vervolg
De arts wil precies weten waar de vernauwing zit. Daarom krijgt u eerst onderzoek van uw bloedvaten.
Dit kan een onderzoek van de slagaders in uw benen zijn of een CT-scan.
Daarna kijkt de arts welke behandeling mogelijk is:
- De arts kan het bloedvat wijder maken met een ballonnetje. Dit heet dotteren.
- Soms is een operatie nodig.
- Soms krijgt u beide behandelingen.
Ernstige klachten
Soms krijgt uw been veel te weinig bloed. U heeft dan ook pijn als u rust of ’s nachts.
U kunt ook merken:
- Wonden die niet genezen.
- Tenen die afsterven.
Dit heet kritieke ischemie. Dit is ernstig. U heeft dan snel een behandeling nodig om de bloedstroom te verbeteren.
Adviezen
De arts begint meestal zonder operatie. U krijgt dan adviezen voor een gezonde leefstijl. U krijgt het advies om:
- Elke dag te lopen.
- Te oefenen met een fysiotherapeut.
- Te stoppen met roken.
Blijven uw klachten? Dan bespreekt de arts met u wat nodig is.
Onderzoek
De arts wil precies weten waar de vernauwing zit. Daarom krijgt u eerst onderzoek van uw bloedvaten. Dit kan een onderzoek van de slagaders in uw benen(undefined/onderzoeken/vaatonderzoek-slagaders-benen/) zijn of een CT-scan(undefined/onderzoeken/ct-onderzoek-met-contrast/).
Daarna kijkt de arts welke behandeling mogelijk is:
- De arts kan het bloedvat wijder maken met een ballonnetje. Dit heet dotteren(undefinedundefined).
- Soms is een operatie nodig.
- Soms krijgt u beide behandelingen.
Operatie
Schoonmaken van het bloedvat
De arts maakt het bloedvat weer open en schoon. Dit gebeurt vaak bij het bloedvat in de lies. Deze operatie heet TEA. Dit is een behandeling waarbij de arts het bloedvat schoonmaakt.
Tijdens de operatie:
- Maakt de arts het bloedvat open.
- Haalt de arts de verstopping uit het bloedvat.
- Maakt de arts het bloedvat weer dicht.
De arts gebruikt een extra stukje om het bloedvat goed te sluiten. Dit heet een patch. De patch kan een stukje van uw eigen bloedvat of een stukje van een kunstbloedvat zijn.
Bypassoperatie
De arts maakt een nieuwe route voor het bloed. Dit heet een bypass.
Het bloed stroomt dan langs de vernauwing of afsluiting. U krijgt deze operatie als het bloedvat in uw bovenbeen erg nauw of dicht zit.
De arts sluit de bypass aan op 2 plekken. De bovenkant komt op het bloedvat in de lies. De onderkant komt op een bloedvat onder de vernauwing. Dit kan boven of onder uw knie zijn. De arts bepaalt de juiste plek met onderzoek, zoals een echo of een scan.
De arts maakt de bypass met uw eigen bloedvat of met een kunstbloedvat. De arts gebruikt het liefst uw eigen bloedvat. Dit werkt vaak beter, vooral onder de knie.
Voor de operatie onderzoekt de arts met een echo of uw bloedvat geschikt is. Het bloedvat dat wordt gebruikt zit in uw bovenbeen en brengt normaal bloed terug naar het hart. U kunt dit bloedvat meestal missen. Andere bloedvaten nemen het werk over.
Soms kan uw eigen bloedvat niet worden gebruikt. Dit kan als u eerder een operatie aan uw bloedvaten heeft gehad of als het bloedvat te smal of beschadigd is. Dan gebruikt de arts een kunstbloedvat.
Na de operatie blijft controle belangrijk. De arts controleert uw bloedvaten met een onderzoek van de slagaders in uw benen. Zo ziet de arts op tijd nieuwe vernauwingen. Hierdoor kan de arts snel ingrijpen en problemen voorkomen.
Na de operatie
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Dit is een slangetje voor vocht en medicijnen. Soms heeft u ook een drain in uw been. Dit is een slangetje dat vocht afvoert. Soms krijgt u een blaaskatheter. Dit is een slangetje dat uw plas opvangt.
U wordt wakker op de uitslaapkamer. Na een paar uur gaat u naar de verpleegafdeling. Op beide afdelingen controleren verpleegkundigen en artsen u regelmatig. Zo zien zij hoe het met u gaat.
Na de operatie helpen verpleegkundigen u met wat u nog niet zelf kunt.
U gaat stap voor stap steeds meer zelf doen.
U wordt aangemoedigd om:
- Uzelf te wassen en aan te kleden.
- Uit bed te komen.
- Te lopen.
Dit helpt u om straks weer naar huis te gaan. De arts bespreekt met u wanneer u naar huis mag. Meestal is dit na 3 tot 5 dagen.
Soms heeft u thuis extra hulp nodig. De verpleegkundige in het ziekenhuis regelt dit samen met u.
Na het ontslag uit het ziekenhuis zult u merken dat u niet meteen helemaal fit bent. Lees de leefregels (undefined/leefregels-en-adviezen/leefregels-na-een-vaatoperatie/) voor een goed herstel
Risico's
Een operatie heeft risico’s. Daarom krijgt u meestal pas een operatie als uw klachten ernstig zijn.
Zoals bij elke operatie kunnen er problemen ontstaan, zoals:
- Een ontsteking van de wond.
- Een bloeding.
- Een bloedstolsel in een bloedvat (trombose).
- Een bloedstolsel in de longen (longembolie).
- Een longontsteking.
- Een blaasontsteking.
Soms zijn er extra problemen bij een operatie aan een bloedvat, zoals:
- Een nabloeding.
- Een verstopping van het behandelde bloedvat.
- Een ontsteking van het kunstbloedvat.
Als er een probleem ontstaat, is soms een nieuwe operatie nodig.
Tijdens de operatie snijdt de arts soms kleine zenuwen door. Hierdoor kan de huid rond het litteken doof aanvoelen. Dit gevoel wordt meestal na een paar maanden weer normaal.
Soms zijn uw bloedvaten erg beschadigd door aderverkalking.
Dan werkt een bypass soms minder goed.
Na de operatie kan uw been dikker zijn. Dit is normaal. Uw been moet wennen aan de nieuwe bloedstroom. Soms krijgt u een elastische kous. Deze geeft steun aan uw been.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel uw vragen gerust.
- Via de poli Chirurgie.(undefined/afdelingen/chirurgie/)
- Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 08.30 uur tot 12.00 uur ’s ochtends en van 13.00 uur tot 16.30 uur ’s middags.
- Bij minder dringende vragen kunt u gebruik maken van een E-consult.(undefined/uw-digitale-ziekenhuis/e-consult/)
Handige links
- Hartstichting: Overzicht van alle hart- en vaatziekten | Hartstichting(https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten)
- Adviezen bij een wond(undefined/leefregels-en-adviezen/adviezen-bij-een-wond/)
- Leefregels na een dotterbehandeling (PTA)(undefined/leefregels-en-adviezen/leefregels-na-een-dotterbehandeling-pta/)
- Vaatonderzoek slagaders benen(undefined/onderzoeken/vaatonderzoek-slagaders-benen/)
