Laxeren voor een darmonderzoek (coloscopie) met Pleinvue, schema 1

Let op! Deze pagina is alleen bedoeld voor patiënten met een 'normaal' laxeerschema. Als u met uw arts heeft besproken dat u een intensief schema (schema 2) moet krijgen, kijkt u op deze pagina(undefined/onderzoeken/laxeerinstructies-voor-een-darmonderzoek-coloscopie-met-extra-pleinvue-schema-2/)

Een darmonderzoek (coloscopie) is een inwendig kijkonderzoek van de dikke darm met behulp van een coloscoop. De coloscoop is een buigzame slang met een lichtje en een camera.

Voor het onderzoek is het belangrijk dat uw darmen schoon en leeg zijn, zodat we uw darmen goed kunnen zien. Als voorbereiding volgt u een dieet en drinkt u Pleinvue. 

 

Voorbereiding

Pleinvue is een laxeerdrank die uw darmen schoon en leeg spoelt waardoor u vaak naar het toilet moet. Eén verpakking bestaat uit 3 zakjes. Het grootste zakje (dosis 1) is voor de avond vóór het onderzoek. Dosis 2 bestaat uit zakje A en B en drinkt u op de ochtend van het onderzoek. 

De eerste ontlasting kan binnen 1 tot 2 uur starten nadat u Pleinvue heeft gedronken. Soms duurt het wat langer. Na de inname van de eerste 500 milliliter Pleinvue kan de ontlasting al helder lijken. Toch moet u altijd de tweede halve liter op de dag van het onderzoek drinken, omdat de ontlasting ‘s nachts weer minder helder wordt.

Als uw darm schoon genoeg is, is de ontlasting op de dag van het onderzoek waterdun, lichtgeel en zonder veel vaste deeltjes. Twijfelt u of uw darm schoon genoeg is? Drink dan nog extra water. Dit kan tot 2 uur voor het onderzoek.

3 dagen voor het onderzoek

  • Eet alleen een vezelarm dieet (zie bijlage 2 voor de dieetlijst voor darmonderzoek).
  • U mag alles drinken. Drink minimaal 1,5 liter per dag.
  • Gebruik deze maten om bij te houden hoeveel u drinkt:

              

2 dagen voor het onderzoek 

  • Eet alleen een vezelarm dieet (zie bijlage 2 voor de dieetlijst voor darmonderzoek).

  • U mag alles drinken. Drink minimaal 1,5 liter per dag.

  • Gebruik deze maten om bij te houden hoeveel u drinkt:

     

  • Heeft u last van verstopping? Dan is het goed om al te starten met een vloeibaar dieet.

  • Alleen als dit met u afgesproken wordt: neem om 22.00 uur in de avond 2 laxeertabletten Bisacodyl (2 x 5 milligram.)

1 dag voor het onderzoek

  • Tot 15.00 uur: 
    Vloeibaar dieet: zie ’desserts’ op dieetlijst darmonderzoek (bijlage 2) en gladde gezeefde soep.
  • Tussen 15.00 uur en 18.00 uur:
    • U mag blijven drinken.
    • Maak alvast de Pleinvue klaar. Open de doos en pak het grootste zakje ‘dosis 1’ eruit.
    • Meng dit zakje met minimaal 500 milliliter water. Roer tot de poeder is opgelost. Dit kan ongeveer 8 minuten duren. De oplossing kan na bereiding maximaal 24 uur in de koelkast bewaard worden.
  • 18.00 uur tot 20.00 uur: 
    • Begin met een kopje thee of bouillon (dit voorkomt misselijkheid). Drink daarna de oplossing van Pleinvue (0,5 liter) afwisselend met minimaal 1 liter helder vloeistof.
      (Zie onderin op de dieetlijst, bijlage 2)
    • Neem minimaal 90 minuten de tijd en drink rustig en met kleine slokjes (dit voorkomt misselijkheid).
    • Als de Pleinvue op is, mag u heldere dranken blijven drinken. Hoe meer u drinkt, hoe schoner de darm wordt.

Uw medicatie kunt u 2 uur vóór of 2 uur ná het drinken van Pleinvue innemen.

Voor diabetesmedicatie: zie bijlage 1                      

Het onderzoek

Op de dag van het onderzoek mag u nog steeds niet eten. U mag alleen de laxeermiddelen en heldere vloeistoffen drinken.

  • Heeft u uw onderzoek vóór 13.00 uur in de middag? Drink dan tussen 5.00 uur en 7.00 uur in de ochtend uw tweede dosis laxeermiddel. 
  • Heeft u uw onderzoek na 13.00 uur in de middag? Drink dan tussen 9.00 uur en 11.00 uur in de ochtend uw tweede dosis laxeermiddel.  

Open de doos en pak het grootste zakje ‘dosis 2 sachet A' en 'dosis 2 sachet B’ eruit. Meng deze zakjes samen met minimaal 500 milliliter water. Roer tot de poeder is opgelost. Dit kan ongeveer 8 minuten duren.

         

  • Begin met een kopje thee of bouillon (dit voorkomt misselijkheid).
  • Drink daarna de oplossing van Pleinvue (0,5 liter) afwisselend met minimaal 1 liter helder vloeistof (zie de dieetlijst hieronder).
  • Neem minimaal 90 minuten de tijd. Drink rustig en met kleine slokjes (dit voorkomt misselijkheid).
  • Als de Pleinvue op is, mag u heldere dranken blijven drinken tot 2 uur vóór het onderzoek.
  • Hoe meer u drinkt, hoe schoner de darm wordt. 

Uw ontlasting moet er vloeibaar en helder (gelig) uit zien. 

Als uw darm schoon genoeg is, is de ontlasting op de dag van het onderzoek waterdun, lichtgeel en zonder veel vaste deeltjes.

Tips voor het innemen van Pleinvue

  • Drink rustig en met kleine beetjes. Als u snel drinkt, kan dat leiden tot een vol gevoel, misselijkheid of zelfs braken. 
  • Drink Pleinvue gekoeld en eventueel met een rietje of uit een bidon.
  • Gebruik Sorbitolvrije kauwgom tussendoor om een andere smaak in de mond te krijgen.
  • Wissel Pleinvue af met andere heldere dranken om de smaak weg te spoelen en extra te spoelen (bijvoorbeeld heldere bouillon)
  • Heeft u problemen met het opdrinken van de Pleinvue (bijvoorbeeld erge misselijkheid of braken)? Neem dan contact op met de polikliniek Interne Geneeskunde(undefined/afdelingen/interne-geneeskunde/)

Bijlage 1: Diabetes mellitus (suikerziekte)

Heeft u suikerziekte? De voorbereidingen voor het darmonderzoek kunnen problemen opleveren voor uw bloedsuikerwaarden. Deze uitleg is bedoeld om uw bloedsuiker stabiel te houden. 

Tabletten

  • Dag vóór het onderzoek: neem uw diabetestabletten in bij de vloeibare maaltijden zoals uw gewend bent.
  • Wanneer u start met het laxeerschema: géén tabletten meer innemen.
  • Dag van het onderzoek: u neemt géén tabletten in.
  • Na het onderzoek: als u weer gaat eten, kunt u uw tabletten weer innemen.

Insuline

Als u kortwerkende insuline gebruikt; bijvoorbeeld Novorapid, Humalog, Apidra:
  • Dag voor het onderzoek: spuit uw insuline bij de vloeibare maaltijden zoals u gewend bent.
  • Wanneer u start met het laxeerschema: géén insuline meer spuiten (of 4 EH-spuiten als u veel helder sap drinkt).
  • Na het onderzoek: zodra u weer een maaltijd eet, spuit u de gebruikelijke dosering insuline.
Als u kortwerkende insuline in combinatie met langwerkende insuline gebruikt:
  • Avond voor het onderzoek: spuit de helft van de gebruikelijke dosering langwerkende insuline.
  • Wanneer u start met het laxeerschema: géén kortwerkende insuline meer spuiten.
  • Na het onderzoek: zodra u weer een maaltijd eet, spuit u de gebruikelijke dosering kortwerkende insuline.
Als u 1 keer per dag (middel)langwerkende insuline gebruikt; bijvoorbeeld Insulatard, Tresiba, Toujeo, Levemir, Lantus:
  • Avond voor het onderzoek: spuit de helft van de gebruikelijke dosering insuline.
  • Als u gewend bent de langwerkende insuline in de ochtend te spuiten, spuit u na het onderzoek de helft van de gebruikelijke dosering. 
Als u 2 keer per dag mix-insuline gebruikt; bijvoorbeeld Novomix, Humulinemix, Ryzodeg:
  • Avond voor het onderzoek: Spuit de helft van de gebruikelijke avonddosering insuline.
  • Na het onderzoek: zodra u weer een maaltijd gebruikt, spuit u de helft van de gebruikelijke ochtenddosering.

Insulinepomp

  • Verander de basaalstand niet
  • Als uw bloedsuiker teveel daalt, kunt u een tijdelijke basaalstand instellen (bijvoorbeeld 50% of 70%).
  • De ochtend van het onderzoek bolust u niet.
  • Na het onderzoek: zodra u weer gaat eten, kunt u weer bolussen voor de maaltijd zoals u altijd doet. 

Wat te doen bij te lage bloedsuikerwaarden?

Als u zelf thuis uw bloedsuiker meet, adviseren wij u de bloedsuiker 4 keer per dag te prikken of via sensor te scannen.

Controleer uw bloedsuiker altijd als u zich onwel voelt. Mocht u, ondanks de juiste voorzorgsmaatregelen, toch hypoverschijnselen krijgen (zoals beven, zweten, duizeligheid, wazig zien, bleekheid, trillerig gevoel, hoofdpijn):
Neem bij een bloedsuiker lager dan 4 een glas limonadesiroop (1/3 deel siroop, 2/3 water) of 6 tabletten dextro.

Wat te doen bij te hoge bloedsuikerwaarden?

  • Bloedsuiker hoger dan 15: spuit 2 EH (ultra) kortwerkende insuline extra.
  • Bloedsuiker hoger dan 20: spuit 4 EH (ultra) kortwerkende insuline extra.

Vanaf 2 uur voor het onderzoek géén insuline meer bijspuiten. Meet, als dat mogelijk is, uw bloedsuiker. Na het onderzoek krijgt u op de uitslaapkamer een broodmaaltijd. U kunt dan uw insuline spuiten. Daarna kunt u thuis gewoon uw gebruikelijke dosering insuline weer gaan spuiten.

Het kan zijn dat uw bloedsuikerwaarden een paar dagen licht ontregeld zijn. Dit herstelt meestal vanzelf.

U kunt zelf eventueel bijregelen. Neem zo nodig contact op met de diabetesverpleegkundige(undefined/afdelingen/diabetespolikliniek/)

Bijlage 2: Overzicht dieetadvies

  • Verboden: noten, zaden, pitjes, vezelrijke voeding en volkoren producten.
  • Toegestaan: vezelarm, makkelijk verteerbare voeding en dranken volgens lijst

Vezels uit de voeding kunnen langer in de darm achterblijven en tijdens het darmonderzoek uw zicht mogelijk belemmeren. Daarom mag u 3 dagen voor het darmonderzoek bepaalde vezelrijke voedingsmiddelen niet eten.

Om te voorkomen dat het afzuigkanaal van de endoscoop verstopt raakt, stopt u met het eten van fruit met pitjes en producten met zaden.

Dit mag u eten en drinken

Ontbijt en lunch

wit brood, bolletjes, wit stokbrood, Turks brood, witte toast, licht bruin brood, crackers, beschuit, cornflakes, pannenkoek, ontbijtkoek.

Beleg
  • Boter, halvarine, smeerkaas, kaas, gekookt ei.
  • Magere vleeswaren, zoals rookvlees, kipfilet, kalkoenfilet en filet americain.
  • Zoet beleg, zoals chocoladepasta, hagelslag, honing, stroop, jam en suiker.
Warme maaltijd
  • Aardappelen, aardappelpuree, jus, witte rijst, macaroni, spaghetti en couscous. 
  • Mager vlees met jus, vis-, kalkoen- en kipproducten zonder vel, tofu.
  • Heldere soep met vermicelli, soepballetjes en alleen de toegestane groenten en bouillon.
  • Smaakmakers zoals kruidenmixen, peper, zout en ketchup. 
Groenten

Fijngesneden en gaar gekookte groenten: bietjes, bloemkool, broccoli, wortels en spinazie. 

Fruit
  • Zacht, rijp fruit zonder schil of pitjes: banaan, peer, mango, perzik, nectarine, pruimen en meloen.
  • Fruit uit blik zonder pitjes. 
  • Appelmoes en vruchtenmoes. 
Desserts
  • Vla, pudding, kwark en yoghurt. 
  • Zuivelvrije desserts, bijvoorbeeld sojayoghurt, zijn ook toegestaan. 
Extra's

Cake, eierkoek, meringues en ijs (zonder vruchten of ander vulsel)

Dranken

U mag alles drinken, maar zonder pitjes, schilletjes of vezels. Zuivelvrije dranken (bijvoorbeeld van kokos, soja en amandel) mag u ook drinken.

Let op

Als u start met laxeren, mag u alleen heldere vloeistoffen drinken: 

  • water
  • thee en koffie, zónder melk (suiker mag wel)
  • aanmaaklimonade, maar liever geen rode kleur
  • vruchtensap, zonder vezels en geen rood sap. Bijvoorbeeld appelsap
  • bouillon, van een blokje of van poeder
  • heldere frisdranken en sportdranken, maar zonder koolzuur ('prik'). 

De vloeistof is helder wanneer u er doorheen kunt kijken.